Professionele opvang voor kinderen vanaf 6 weken tot 4 jaar

Algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden kinderdagverblijf Twinkle.                                                      

Inhoud:

Artikel 1 Definities ………………………………………………….pagina 22
Artikel 2 Opvangaanbod en openingstijden………………………… pagina 22
Artikel 3 Plaatsing…………………………………………………… pagina 22
Artikel 4 Annulering………………………………………………… pagina 23
Artikel 5 Toegankelijkheid en beëindiging contract…………………. pagina 23
Artikel 6 Prijzen en prijswijzigingen…………………………….….. pagina 24
Artikel 7 Het opnemen/ruilen van (extra) dagen………..…………… pagina 24
Artikel 8 Brengen en ophalen……………………………………..… pagina 24
Artikel 9 Continuïteit en vaste gezichten criteria…………………… pagina 25
Artikel 10 3-uursregeling…………………………………………… pagina 25
Artikel 11 Achterwachtregeling…………………………………..… pagina 26
Artikel 12 Contact met derden………………………………..……. pagina 26
Artikel 13 Klachtafhandeling…………………………….…………. pagina 27
Artikel 14 Privacy……………………………………………………. Pagina 28
Artikel 15 Vierogenprinciepe………………………………….…….. pagina 30

                                                 

ARTIKEL 1 Definities.

In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:

– Kinderopvang: Het bedrijfsmatig verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het basisonderwijs voor die kinderen begint.
– De consument: De ouder/verzorger die als natuurlijke persoon niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf een overeenkomst sluit betreffende het afnemen van de dienst kinderopvang voor een kind met wie hij of zij een huishouding voert en dat in belangrijke mate door hem of haar wordt onderhouden dan wel waarvoor hij of zij een pleegvergoeding ontvangt in het kader van de wet op de Jeugdzorg.
– Kinderdagverblijf Twinkle; Natuurlijke of rechtspersoon die een overeenkomst sluit met de consument betreffende het aanbieden van de dienst kinderopvang in kinderdagverblijf Twinkle.
– Ouderbetrokkenheid: Betrokkenheid van de ouders en verzorgers van de geplaatste kinderen met betrekking tot zaken die rechtstreeks verband houden met de opvang van hun kinderen en met betrekking tot het vaststellen of wijzigen van een regeling op het gebied van de behandeling van klachten.
– Oudercommissie: Advies en overlegorgaan ingesteld door het kinderdagverblijf bestaande uit een vertegenwoordiging van ouders en verzorgers van de geplaatste kinderen.

 

Artikel 2. Opvangaanbod en openingstijden.

Twinkle biedt gedurende twaalf uur per dag opvang. De openingstijden zijn van maandag tot en met vrijdag van 07.00 uur en 19.00 uur. Twinkle is 51 weken per jaar open. Onderstaande dagen is kinderdagverblijf Twinkle gesloten; 24 december vanaf 16.00u t/m 1 januari, carnavals maandag en dinsdag en alle erkende zon- en feestdagen.

 

Artikel 3. Plaatsing.

Bij Twinkle wordt opvang geboden aan kinderen van 0 tot 4 jaar. Er wordt gewerkt met één stamgroep. Een groep bevat maximaal 14 kinderen. Wij houden ons aan de leeftijdsopbouw volgens de wet IKK (Innovatie en kwaliteit kinderopvang). De leidster-kind ratio wordt berekend via app van de rijksoverheid (1ratio.nl)
De mogelijkheid van plaatsing is afhankelijk van een aantal factoren. Zo spelen de leeftijd, alsmede de gewenste dagen een rol.
Ouders kunnen op afspraak altijd het kinderdagverblijf bezichtigen en vrijblijvend een intakegesprek aanvragen. Er wordt dan uitgebreid besproken of/wanneer er plek is voor het kind of hoe lang de eventuele wachtlijst is. Er is een voorrangsregeling voor het plaatsen van tweede en volgende kinderen uit hetzelfde gezin.
Ouders krijgen als er plek is voor het kind, na inschrijving van het kind, een uitnodiging voor het ouderportaal. Ouders kunnen inloggen in onze digitale omgeving en hier alle gegevens van hun eigen kind vinden. (Contracten, aanvragen extra kinderopvang, doorgeven vakantiedagen, kosten voor de kinderopvang etc.)
Er is ook een wenbeleid, dit is terug te vinden in ons beleidsplan.

ARTIKEL 4. Annulering.

Vanaf het moment van ondertekening van de overeenkomst tot 1 maand voor de ingangsdatum van de overeenkomst heeft de consument de mogelijkheid de overeenkomst te annuleren. Hiervoor zijn geen annuleringskosten verschuldigd. Bij annulering vanaf 1 maand voor de ingangsdatum van de overeenkomst is de consument 1 maand opvangkosten verschuldigd aan het kinderdagverblijf.

 

Artikel 5. Toegankelijkheid en beëindiging contract.

1. De overeenkomst van dagopvang van 0-4 jarigen duurt tot de vierde verjaardag van het kind. Indien partijen overeenkomen dat er sprake is van verlenging van de overeenkomst, wordt dit door beide partijen schriftelijk bevestigd. De onderhavige Algemene Voorwaarden blijven in dat geval van toepassing.

2. Kinderdagverblijf Twinkle behoudt zich het recht voor een geplaatst kind voor
opvang te weigeren voor de duur van de periode dat het kind door ziekte of
anderszins extra verzorgingsbehoeftig is, dan wel een gezondheidsrisico vormt
voor de andere aanwezigen binnen kinderdagverblijf Twinkle en een normale opvang van het kind en de andere kinderen redelijkerwijs niet van hem of haar mag worden verwacht.

3. Bij overlijden van het kind is de overeenkomst van rechtswege per direct
beëindigd.

4. Indien een geplaatst kind, nadat diens ouders daartoe zijn aangemaand, zodanig
gedrag blijft vertonen dat daardoor gevaar ontstaat voor de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid van de overige opgenomen kinderen, dan wel het kind niet op de gebruikelijke wijze kan worden opgevangen, heeft Kinderdagverblijf Twinkle het recht op redelijke grond en met inachtneming van een redelijke termijn de toegang tot Kinderdagverblijf Twinkle te weigeren en de overeenkomst op te zeggen.
Kinderdagverblijf Twinkle kan dan naar vermogen verwijzen naar een voor de opvang van dit kind beter geschikte instantie.

5. Kinderdagverblijf Twinkle en consument zijn verplicht in het geval dat het kind voor langere tijd op de kinderopvang afwezig is in overleg te treden over hetbeschikbaar houden van de opvangplaats.

6. Wanneer de consument het niet eens is met de door Kinderdagverblijf Twinkle
geweigerde toegang op grond van het lid 2, kan hij dit aan de stichting Klachtencommissie Kinderopvang voorleggen met het verzoek het geschil volgens de Verkorte Procedure te behandelen. Een beslissing daarover van de stichting Klachtencommissie Kinderopvang is bindend voor partijen.

 

ARTIKEL 6. De prijzen, prijswijzigingen en betalingen.

1.De prijs die de consument moet betalen voor de kinderopvang wordt vooraf overeengekomen. Deze zijn terug te vinden in het ouderportaal.

2. Prijswijzigingen worden door Kinderdagverblijf Twinkle eerst met de oudercommissie besproken en tijdig van te voren aangekondigd, met een termijn die minimaal gelijk is aan de overeengekomen opzegtermijn .

3. Ouders kunnen de prijzen voor de kinderopvang terug vinden in het ouderportaal.

4. De consument dient zoals afgesproken de kosten aan het begin van de maand te voldoen of toestemming te geven aan het kinderdagverblijf om te mogen incasseren.

5. Er is geen restitutie van de kosten van de kinderopvang mogelijk als ouders door het opnemen van vakantie of door ziekte van het kind geen gebruik maken van de kinderopvang.

6. Er is geen restitutie van de kosten van de kinderopvang mogelijk als het kinderdagverblijf, buiten hun eigen schuld, door de overheid opgelegd krijgt te moeten sluiten.

 

Artikel 7. Het afnemen/ruilen van (extra) dagen.

Extra dagen kinderopvang afnemen of het ruilen van dagdelen is alleen mogelijk indien de groepssamenstelling dit toelaat. Wij houden ons aan de voorschriften van de wet IKK wat betreft de kind-leidster ratio. Verder hebben we een aantal afspraken over het ruilen en afnemen van extra dagdelen
 Het ruilen van een dag(deel) kan alleen in dezelfde week, 1 week ervoor of 1 week na de datum die geruild dient te worden.
 Het ruilen van dagdelen of het aanvragen van extra kinderopvang dient te gebeuren in de het ouderportaal.
 Het beoordelen van een ruiling gebeurt per maand (er wordt dus niet verder dan 1 maand vooruit gepland)
 Jullie krijgen een reactie in het ouderportaal.

 

Artikel 8. Brengen en ophalen.

Wij hebben geen vaste breng en ophaaltijden. Als een kindje echter later dan 9.00u gebracht wordt of opgehaald wordt na 18.00u willen wij daarvan op de hoogte zijn. Als kinderen, die niet zijn afgemeld, om 9.00u nog niet aanwezig zijn op het kinderdagverblijf, wordt er contact opgenomen met de ouders om na te gaan of er iets is gebeurd. Kinderen worden alleen aan de eigen ouders meegegeven. Indien een kindje door iemand anders wordt opgehaald dient dit schriftelijk of mondeling te worden doorgegeven bij het kinderdagverblijf.

 

Artikel 9. Continuïteit en vaste gezichten criteria.

Met betrekking tot personeel wordt gestreefd naar een zo’n groot mogelijk continuïteit. Alle beroepskrachten zijn goed opgeleid en gediplomeerd, zij werken volgens de CAO kinderopvang. Leidsters kunnen parttime werken. Bij ziekte en vakantie wordt voor (deskundige) vervanging gezorgd. Bij Twinkle wordt gedeeltelijk gewerkt met stagiaires en leidsters in opleiding. Door kennisoverdracht blijft de leidster de stof paraat houden en anderzijds wordt de mogelijkheid geboden om eens wat extra’s met de kinderen te doen.
Als het kind aanwezig is, werkt er altijd minimaal één vast gezicht van het kind op de groep. Er kunnen dus meer pedagogisch medewerkers, al dan niet structureel, op de betreffende groep werken, naast de ‘vaste’ gezichten. De vaste gezichten worden bepaald per kind, niet op groepsniveau.

 

Artikel 10. Drie-uursregeling.

De drie-uursregeling; Op bepaalde tijdstippen kunnen tijdelijk minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. De regels hiervoor zijn landelijk geregeld en vastgelegd in de IKK (Innovatie Kwaliteit Kinderopvang). De inzet van het aantal pedagogisch medewerkers ten opzichte van het aantal kinderen noemt men de beroepskracht-kind ratio.
In de IKK is vastgelegd dat je bij een aaneengesloten werkdag van tien uur, maximaal drie uur mag afwijken van de vastgestelde beroepskracht-kind ratio. Deze drie uur mogen verspreid zijn over de gehele dag.

Afwijken van de beroepskracht-kind ratio betekent dat er minder pedagogisch medewerkers worden ingezet dan voorgeschreven. Voorwaarde is dat minimaal de helft van het op grond van de beroepskracht-kind ratio vereiste aantal medewerkers wordt ingezet, en er op dat moment een andere volwassene aanwezig is in het kinderdagverblijf ter ondersteuning van de beroepskracht. De kinderopvangondernemer mag zelf bepalen wanneer er wordt afgeweken van de beroepskracht-kind ratio.
Voordeel voor de ondernemer is dat hierdoor ontstaat meer ruimte ontstaat voor maatwerk. De ondernemer kan zelf bepalen op welke tijdstippen verantwoord kan worden afgeweken van de beroepskracht-kind ratio op basis van het dagritme op het kindercentrum.

De drie-uursregeling bij kinderdagverblijf Twinkle;
Twinkle heeft beleid gemaakt om invulling te geven aan deze regel. Voor 7.30u, tussen 8.30u – 12.30u en tussen 13.30u -17.30u en na 18.30u is het aantal pedagogisch medewerkers in overeenstemming met het aantal aanwezige kinderen volgens de beroepskracht-kind ratio
Tussen 7.30u-8.30u, tussen 12.30u en 13.30u en tussen 17.30u -18.30u kan het voorkomen dat we afwijken van de beroepskracht-kind ratio.
Visueel ziet een dag er als volgt uit:

Het zal echter zelden voorkomen dat Twinkle met deze minimale beroepskracht-kind ratio werkt.

Een van de oorzaken zou bijvoorbeeld het volgende kunnen zijn. Ouders geven bij de inschrijving van hun kind(eren) aan op welke tijdstippen ze hun kind(eren) zullen gaan brengen en ophalen. Hier houden wij bij het inzetten van de beroepskrachten rekening mee en passen wij onze schema’s op aan. Het kan echter voorkomen dat ouders hun kinderen (door onvoorziene omstandigheden) misschien een keer eerder of later brengen.
Het is dan fijn dat we dan kunnen afwijken van de beroepskracht-kind ratio.

 

Artikel 11. Achterwachtregeling.

Als er maar één medewerker aanwezig is op het kinderdagverblijf hanteren we een zogenaamde achterwachtregeling.
Deze regeling houdt in dat in geval van calamiteiten er een actieve achterwacht beschikbaar dient te zijn die
 binnen ambulance aanrij-tijden in het kindercentrum aanwezig kan zijn.-
 tijdens de openingstijden van het kindercentrum bereikbaar is.

Op het kinderdagverblijf hangt bij de telefoon een actuele lijst van mensen die in deze achterwachtregeling zitten.
Verder hebben wij met kinderopvangorganisatie De Dolfijn in Urmond afgesproken dat wij elkaars achterwacht zijn. Dit kinderdagverblijf ligt op 5 minuten loopafstand bij ons vandaan. In geval van calamiteiten kunnen wij gebruik maken van de pedagogisch medewerkers maar ook van elkaars faciliteiten.

 

Artikel 12. Contact met derden.

Voor zover dit in het belang is van de kinderen kan er vanuit de opvang contact gezocht worden met externe instanties. Zo vindt wanneer nodig overleg plaats met de GGD, basisschool, opleidingsscholen voor stagiaires en welzijnsorganisaties. De uitgebreide sociale kaart is op het kinderdagverblijf aanwezig.

 

Artikel 13. Klachtenafhandeling

Kinderopvang is mensenwerk. En waar mensen werken, kan iets mis gaan. Dit kan leiden tot ontevredenheid en soms uiteindelijk tot klachten.
Iedere ouder heeft het recht een klacht in te dienen als de dienstverlening niet in orde is. Ouders kunnen op een aantal manieren een klacht neerleggen.
Onze voorkeur gaat ernaar uit dat ouders hun vraag of klacht meteen bespreekbaar maken bij een van de leidsters of eigenaren van het kinderdagverblijf. Maar ouders kunnen ook hun klacht indienen bij de oudercommissie of bij de externe geschillencommissie.

Iedere klacht die bij ons binnen komt nemen wij serieus.
Het doel van de klachtenregeling is het bieden van een zo objectief mogelijke beoordeling van hetgeen waarover de klacht is ontvangen en de klacht naar ieders tevredenheid op te lossen. Een klacht kan betrekking hebben op alle aspecten van de organisatie en de dienstverlening, zoals deze zich kunnen voordoen in de relatie tussen het kinderdagverblijf en de ouders. In eerste instantie moet gezocht worden naar een oplossing binnen de kring van de direct betrokkene(n), met zo weinig mogelijk procedure-eisen. Het is echter niet altijd mogelijk op deze wijze tot een passende oplossing te komen. In deze gevallen is een formele klachtenregeling noodzakelijk. De klachtenregeling kan eveneens worden gebruikt door ex-gebruikers, mits de klacht binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik is ingediend.
De houder houdt de ouders zoveel mogelijk op de hoogte van de voortgang van de behandeling.
De klacht wordt uiterlijk 6 weken na indiening bij de houder afgehandeld.

De procedure

1 Een ouder/verzorger met een klacht wordt aangeraden om de klacht eerst te bespreken met degene die het betreft. De leidinggevende kan hierbij eventueel een belangrijke bemiddelende rol spelen. Kan de klacht niet meer naar tevredenheid worden afgehandeld door leidster(s) of leidinggevende, dan komt de klacht bij de klachtencommissie.

2 Formele klacht
Een formele klacht wordt in behandeling genomen door de klachtencommissie. De klachtencommissie bestaat uit:
1. een aangewezen persoon uit de Oudercommissie;
2. een onafhankelijk persoon buiten kinderdagverblijf Twinkle;
3. een onafhankelijk persoon buiten kinderdagverblijf Twinkle. Per klacht wordt er een klachtencommissie samengesteld.

Stappenplan bij de behandeling van een klacht

Stap 1: Indienen van een klacht

a) De klacht moet schriftelijk worden ingediend. De volgende zaken moeten duidelijk zijn:
Een klacht omvat tenminste:
– Naam, adres en telefoonnummer en indien mogelijk e-mailadres van de klager;
– Voor zover van toepassing naam en geboortedatum en groep van het kind;
– De datum waarop de gebeurtenis plaatsvond;
– De datum waarop brief is opgesteld/verzonden;
– Een feitelijke beschrijving van de gebeurtenis waarover geklaagd wordt;
– De reden/het doel waarom hierover een klacht wordt ingediend;
– Een beschrijving van de handelingen die de klager reeds heeft ondernomen om tot een oplossing te komen;
– De bevestiging dat de klager akkoord gaat met het Klachtenreglement van kinderdagverblijf Twinkle;
– Een handtekening gezet door of namens de ouders onder de klacht.

b) De Interne Klachtencommissie is niet verplicht een klacht te onderzoeken of onderzoek voort te zetten, indien:
– De klacht niet voldoet aan de vereisten zoals beschreven onder 2.3.3. stap 1a);
– De klager bericht niet akkoord te gaan met de bepalingen van dit klachtenreglement;
– De termijn tussen de gedraging waarover wordt geklaagd en het indienen van de klacht onredelijk lang is;
– De klacht kennelijk ongegrond is;
– Het belang van de klager of het gezicht van de gedraging waarover wordt geklaagd, kennelijk onvoldoende is;
– De klager een ander is dan degene jegens wie of jegens wiens kind de gedraging heeft plaats gevonden;
– Een klacht over een gedraging die al eerder is voorgelegd of afgedaan door de Interne Klachtencommissie;
– De klager geen gegevens aan de Interne Klachtencommissie verstrekt, dan wel geen toestemming verleent om informatie bij derden in te winnen, terwijl de Interne Klachtencommissie van mening is dat deze informatie noodzakelijk is om een oordeel te kunnen geven over de klacht;
– De klager om schadevergoeding of beslechting van een financieel geschil verzoekt en het gewicht van de claim of de complexiteit van de rechtsvraag te groot is.

De voorzitter van de Interne Klachtencommissie beslist, na overleg met de andere commissieleden, of een klacht in behandeling wordt genomen, dan wel wordt voortgezet.
De klacht, rekening houdend met de aard ervan, wordt zo snel mogelijk afgehandeld

De aangewezen secretaris bevestigt binnen 5 werkdagen schriftelijk de ontvangst van de klacht aan de ouder/verzorger en aan de organisatie. Indien van toepassing bericht de secretaris de ouder/verzorger bij de ontvangstbevestiging dat de behandeling van de klacht voor bepaalde of onbepaalde termijn wordt opgeschort, opdat de ouder in de gelegenheid wordt gesteld de klacht eerst aan de organisatie voor te leggen. In dien de ouder/verzorger de Interne Klachtencommissie alsnog verzoekt de klacht in behandeling te nemen, geldt het moment van deze mededeling als moment van ontvangst van de klacht voor de bepaling van de termijnen van verdere behandeling.

Stap 2: Onderzoek naar de klacht

Zowel de klager als de betrokkene(n) worden in de gelegenheid gesteld hun argumenten naar voren te brengen en toe te lichten in elkaars aanwezigheid. Tenzij het nodig wordt geacht dat de partijen afzonderlijk worden gehoord, of als één van de partijen hierom verzoekt. Er kan, indien de betrokken partijen daarmee akkoord gaan, informatie bij derden worden ingewonnen. De resultaten worden aan de betrokken partijen voorgelegd en beide partijen kunnen daarop reageren. De klachtencommissie deelt haar eindoordeel gemotiveerd mee aan de klager en aan de betrokkene(n).

Stap 3: Verslaglegging

De klachtencommissie zorgt voor de registratie van de ontvangen klachten en van de gedane uitspraken. Zonder vermelding van persoonsnamen wordt in ieder geval vastgelegd: de aard van de klacht, de genomen beslissing en de motivering daarvan.
De houder schrijft en verstrekt aan de ouder een schriftelijk en met redenen omkleed oordeel van de klacht.
De houder stelt in het oordeel een concrete termijn waarbinnen eventuele maatregelingen zijn gerealiseerd.
Het aantekenen van bezwaar Mocht een klacht intern niet naar tevredenheid zijn opgelost, dan kan een ouder/verzorger zich wenden tot een Externe klachtencommissie De klager of aangeklaagde moet gewezen worden op de mogelijkheid zich te wenden tot deze instantie.

Externe klachtenregeling;

Kinderdagverblijf Twinkle is aangesloten bij De Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen onder registrantnummer 116387.
Ouders/verzorgers kunnen hun klacht voor aan het Klachtenloket Kinderopvang. Dit loket is verbonden aan de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Er wordt eerst geprobeerd om de klacht op te lossen door het geven van informatie, advies, bemiddeling of mediation. Het klachtenloket is bereikbaar via klachtenloket kinderopvang Ook hebben ouders de mogelijkheid om direct een klacht bij De Geschillencommissie Kinderopvang in te dienen. Zonder vooraf overleg met de organisatie.

 

Artikel 14. Privacy

Individuele ouders hebben recht op privacybescherming door zorgvuldige behandeling van alle (in vertrouwen) gegeven informatie. Ouders worden op de hoogte gesteld indien er over hun kind contact en/ of overleg is met derden, die niet aan de dagopvang zijn verbonden. (school, hulpverleende instanties, e.d.) Er wordt door de leidster geen vertrouwelijke informatie over kinderen en / of ouders aan andere kinderen, ouders en collega’s in de dagopvang gegeven.

 

Artikel 15. Vierogenprincipe

Vanaf 1 juli 2013 is het vierogenprincipe verplicht voor de kinderdagverblijven. Dit houdt in dat er altijd een andere volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met de beroepskracht. Het vierogenprincipe is bedoeld om de veiligheid in de kinderdagverblijven te vergroten. Dit staat in de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.
Wij hebben hier invulling aangegeven door onze ruimten te voorzien van camera’s.
Alle beelden kunnen worden teruggekeken. De houders van het kinderdagverblijf kunnen te allen tijden inloggen en meekijken op de groep.

KDV Twinkle

Ons beleid

Veiligheids- en gezondheidsbeleid. Kinderdagverblijf Twinkle 2020

Inhoudsopgave.

Inleiding
Actueel
Continue proces

Voornaamste risico’s met grote gevolgen per ruimte
1 Veiligheid
1.a Leefruimte
1.b Keuken
1.c Entree
1.d Slaapkamer
1.e Sanitair
1.f Kantoor
1.g Buitenruimte
1.h Omgeving

2.Gezondheid
2.a Gezondheidsrisico’s door overdracht van ziektekiemen
2.b Gezondheidsrisico’s als gevolg van het binnenmilieu
2.c Gezondheidsrisico’s als gevolg van het buitenmilieu
2.d Gezondheidsrisico’s ten gevolge van (het uitblijven van) medisch handelen

Omgaan met kleine risico’s
Grensoverschrijdend gedrag
Vierogenprincipe
Plan van aanpak
Achterwachtregeling

 

Inleiding.
Kinderen ontwikkelen zich snel, zijn nieuwsgierig en willen de wereld om zich heen ontdekken. Daarbij zien ze geen gevaar. Hoe ouder kinderen worden, hoe beter ze leren wat wel en niet mag en wat wel en niet gevaarlijk is. Pedagogisch medewerkers kunnen veilig gedrag oefenen met de kinderen. Veel herhalen is nodig. Toch zullen kinderen zich niet altijd aan afspraken en regels houden. Omdat het voor de pedagogisch medewerkers onmogelijk is om elke minuut van de dag alle kinderen in de gaten te houden, is een veilige omgeving van groot belang. Hierbij is er een spanningsveld tussen veiligheid en pedagogische aspecten. Dit spanningsveld moet uitmonden in een goede mix tussen het bieden van veiligheid en het bieden van voldoende uitdaging en voldoende leermomenten. Niet alle veiligheidsrisico’s moeten worden afgedekt, wel moeten de risico’s tot een aanvaardbaar minimum worden gereduceerd en de kans op ernstig letsel voorkomen worden. In een omgeving waar kinderen spelen, wordt niet altijd alles gebruikt waar het voor bestemd is. Dit is een belangrijke reden waarom we moeten zorgen voor veilige producten. Hoe veilig het product echter ook is, als er niet goed mee wordt omgegaan, kan er alsnog een onveilige situatie ontstaan. Juist in een omgeving waar kinderen experimenteren en ontdekken, heeft veiligheid een heel dynamisch karakter. Het gedrag van kinderen in relatie tot de omgeving staat dan ook centraal.

Gezondheid kan vanuit verschillende perspectieven worden bekeken. Naarmate kinderen jonger zijn, zijn ze kwetsbaarder. Er zijn tal van factoren die de gezondheid beïnvloeden. Directe verbanden zijn doorgaans moeilijk aantoonbaar. Kinderen opvangen in een omgeving waarin een goede gezondheid zoveel mogelijk gewaarborgd is, gaat verder dan het voorkomen van kinderziekten. Zelfs als er in een kindercentrum geen zieke kinderen zijn, betekent dit niet automatisch dat kinderen hier niet aan risico’s blootgesteld worden. Ook ogenschijnlijk gezonde kinderen kunnen aan risico’s blootgesteld zijn die een goede gezondheid ondermijnen. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan een ongezonde binnen lucht, verbrandingsgassen en zwevende deeltjes microstof; stoffen die op termijn luchtwegaandoeningen kunnen veroorzaken. Er zijn vier categorieën gezondheidsrisico’s , die min of meer direct hun weerslag kunnen hebben op de gezondheid van de kinderen, gedurende het verblijf in een kinderdagverblijf. Het betreft gezondheidsrisico’s door overdracht van ziektekiemen, gezondheidsrisico’s als gevolg van binnen- en buitenmilieu en tenslotte gezondheidsrisico’s ten gevolge (van het uitblijven) van medisch handelen. Verantwoord beleid op het gebied van gezondheid kan als volgt getypeerd worden: het creëren van een situatie waarin betrokkenen gezondheidsrisico’s onderkennen en het handelen erop gericht is om ziekte te voorkomen.

Actueel.
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid houden wij actueel door het beleid bij te stellen zodra er aanleiding voor is. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van wijzigingen in de ruimtes van het kindercentrum of gewijzigd gebruik van die ruimtes, bijvoorbeeld bij een verbouwing of als de overheid nieuwe eisen steld aan het veiligheids-en gezondheidsbeleid dan wordt het veiligheids- en gezondheidsbeleid aangevuld/bijgesteld. Ook als blijkt dat genomen maatregelen niet effectief en adequaat zijn of onvoldoende bekend en uitgevoerd worden, is een aanpassing van het veiligheids- en gezondheidsbeleid noodzakelijk.
Jaarlijks wordt er met de oudercommissie overlegd of er zaken zijn die zij missen of graag anders zouden willen zien.

Continue proces.
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid is een continue proces. Het opstellen, implementeren, evalueren en actualiseren wordt te allen tijden gedaan en verwacht. In de 6 wekelijkse teamvergaderingen bespreken wij het beleid en kijken we consequent en kritisch naar alle punten. Hierbij worden de ongevallenregistratie en de acties uit de vorige evaluatie’s meegenomen en opnieuw beoordeeld. Ieder jaar wordt het veiligheid- en gezondheidsbeleid en de risico inventarisatie gecontroleerd en bijgewerkt door twee pedagogisch medewerkers waarvan er minimaal 1 houder van het kinderdagverblijf is. Deze inventarisatie wordt ieder jaar door twee andere pm-ers gecontroleerd.
Jaarlijks worden alle protocollen omtrent veiligheid en gezondheid die bijgevoegd zijn in de bijlage (werkinstructies voor schoonmaak werkzaamheden, omgaan met zieke kinderen, overeenkomst medicijngebruik, pestprotocol, voorkomen wiegendood en de huisregels) kritisch bekeken en aangepast waar nodig. Ook deze taak wordt uitgevoerd door de medewerkers die de risicoinventarisatie hebben gecontroleerd.

Voornaamste risico’s met grote gevolgen per ruimte.
Onze visie is dat kwalitatief goede kinderopvang gelijk staat aan kinderopvang met een gezond en veilig klimaat in de breedste zin van het woord. Wij hebben ervoor gekozen om alle ruimten die bij kinderdagverblijf aanwezig zijn en alle handelingen die wij uitvoeren goed onder de loep te leggen en kritisch te kijken wat de gevaren hierbij zijn en hoe wij deze kunnen beperken/voorkomen.
Sommige risico’s komen bij meerdere ruimten voor, denk hierbij aan het stoten tegen radiatoren, het uitglijden of struikelen over oneffenheden etc. We hebben de risico’s echter maar eenmalig genoemd omdat het verder geen gevolgen heeft voor de huisregels en het prettiger wordt om dit beleid te lezen.

1.Veiligheid.

1.a Leefruimte
Kind struikelt over of een oneffenheid of glijdt uit over natte vloer
Kind bezeert zich aan een oneffenheid
Kind raakt verstrikt in de koordjes van de raamdecoratie
Kind botst of valt tegen radiator. Kind struikelt over kinderwagen of door onvoldoende licht
Kind valt door ruit
Kind komt met hand klem te zitten tussen de radiator
Kind komt in contact met elektriciteit
Kind trekt aan electriciteitssnoer en krijgt apparaat op zich
Baby valt uit de box
Kind klimt uit de box door op speelgoed te gaan staan
Kind zit klem tussen spijlen van de box
Kind stoot zich aan de onderkant van de box
Kind valt uit de kinderstoel
Kind stopt kraaltjes of ander klein speelgoed/voorwerpen in de mond
Speengedeelte wordt van fopspeen afgebeten en kind krijgt deze achter in de keel
Kind krijgt koordje om de nek
Kind verwondt zich aan scherp speelgoed of splinters aan speelgoed
Kind of leidster struikelt over speelgoed
Thee/ koffie van de leidster komt over kind heen
Kinderen botsen tegen elkaar
Kind stikt in stukje eten
Kind botst tegen de deur omdat iemand anders de deur onverwacht opendoet.
Kind wordt aan de handen opgetild en elleboog uit de kom
Kind heeft toegang tot lotions, alcohol of schoonmaakartikelen

Huisregels met betrekking op de veiligheid in de leefruimte.
Ruim als er gemorst wordt, dit direct op.
Let er op dat je bij het verwijderen van schilderijen en kaarten, ook de schroeven, spijkers en punaises meteen vewijderd.
Controleer bij het openen en sluiten van een deur of de veiligheidsstippen nog goed vast zitten
Leer de kinderen aan om niet achter een deur te spelen.
Leer de kinderen dat ze geen een geintjes en spelletjes bij ramen of deuren mogen uitvoeren.5
Bind de koordjes van de raamdecoratie hoog weg nadat je het rolgordijn omhoog of omlaag hebt getrokken.
Plaats een nieuwe lamp als deze kapot is en kijk dan meteen naar de voorraad. Er moeten minimaal 2 lampen op voorraad liggen. Geef tijdig aan als er nieuwe lampen aangeschaft dienen te worden.
Binnen wordt niet gegooid met speelgoed zodat lampen niet kapot gegooid kunnen worden en er glas naar beneden valt.
Controleer stopcontactbeveiligers regelmatig. Zowieso iedere keer als je een elektrische apparaat insteekt of uittrek.
Stel elektrische apparaten zo op dat ze niet bereikbaar zijn voor kinderen.
Berg schoonmaakmiddelen op in een hoge kast. Als het nodig is dat er iets schoon moet worden gemaakt binnen de openingstijden vul je een emmer met sop en plaats je het schoonmaakmiddel weer terug in de hoge kast. Als er kinderen in dezelfde ruimte verblijven dient de emmer hoog te worden weg gezet.
Tassen van ouders of leidsters mogen niet rond slingeren of op de grond worden neergezet. Deze mogen op kantoor of op de gang worden gezet.
Let erop dat als je meubels verplaatst er nog voldoende loopruimte om meubilair is. Controleer het meubilair regelmatig op splinters.
Haal speelgoed dat als opstapmogelijkheid kan dienen uit de box. Zet oudere kinderen die uit de box kunnen klimmen (vanaf 2,5 jaar) niet meer in de box.
Laat kinderen onder begeleiding de stoel in en uit of de bank op en af klimmen. Leer de kinderen op de juiste manier klimmen.
Let op dat de kinderen in de kinderstoelen een tuigje aan hebben. Zet de stoel vergenoeg van de tafel af zodat de kinderen zich niet af kunnen duwen tegen de tafel.
Controleer speelgoed regelmatig en verwijder speelgoed dat stuk is. Berg speelgoed met kleine onderdelen op in een afgesloten kast/doos. Zorg dat kleine kinderen gescheiden van de grotere spelen als de grote kinderen met klein speelgoed spelen.. De groten kunnen bijvoorbeeld aan de tafel spelen, zodat de kleintjes er niet bij kunnen. Laat de oudere kinderen,als er speelgoed is waar de kleintjes echt niet aan mag komen, er mee spelen als de kleintjes naar bed zijn. Laat grotere kinderen hun speelgoed na gebruik goed opruimen.
Controleer spenen regelmatig controleren op scheurtjes. Geef op tijd aan bij ouders als een speen niet meer veilig genoeg is.
Koordjes en strikjes aan speelgoed mogen niet langer zijn dan 22 cm.
Controleer of stiksel van knuffels en speelgoedbeesten niet los laat.
Gooi speelgoed dat stuk is en scherpe randen heeft meteen weg.
Laat de kinderen het speelgoed na gebruik opruimen. Er mag uiteraard speelgoed op de grond liggen maar zorg ervoor dat er nog voldoende loopruimte is.
Plaats geen opstapmogelijkheden in de buurt van kranen waar kinderen niet hoeven te komen of worden gewassen.
Drink geen koffie of thee als kinderen op schoot zitten. Zet koffie – en theekopjes ver op tafel /aanrecht.
Bekijk, als er veel kinderen tegen een bepaald meubelstuk aan botsen, of de ruimte anders ingedeeld moet worden. En leer de kinderen dat ze binnen niet mogen rennen.

1.b Keuken
Kind loopt brandwonden op door de waterkoker over zich heen te trekken of brandt zich aan hete vloeistof zoals water, koffie en thee.
Kind snijdt zich aan een mes.
Kind opent vuilnisemmer.
Kind trekt plastic zak over het hoofd.

Huisregels met betrekking op de veiligheid in de keuken.
Controleer het fornuisrekje regelmatig. Het moet stevig vast zitten op het aanrecht.
Laat het snoer van de waterkoker of een ander elektrisch apparaat niet los hangen over het aanrecht.
Plaats de waterkoker zo dat een kind er niet bij kan, ver naar achteren op het aanrecht.
Let erop dat je geen opstapmogelijkheden in de buurt van het aanrecht plaatst.
Drink geen koffie of thee als kinderen op je schoot zitten.
Zet thee- en koffiekopjes ver naar achteren op de tafel of het aanrecht.
Berg schil, brood of andere scherpe messen op in het keukenkastje boven de gootsteen. Zorg ervoor dat deze niet in de gewone besteklade terecht komen.
Zorg ervoor dat de keukenkastjes waar de vuilnisemmers in staan altijd goed afgesloten zijn.
Berg pastic zakken op in een kastje met slot.

1.c Entree
Kind krijgt zijn vingers tussen de deur
Kind rent ongezien naar buiten

Huisregels met betrekking op de veiligheid in de entree.
Kontroleer regelmatig of de veiligheidsstrips op de deuren nog goed bevestigd zijn.
Wijs ouders/bezoekers van Twinkle op het belang van het goed sluiten van de deuren. Met nae de buitendeur!
Kontroleer na binnenkomst of vertrek van ouders/kinderen/andere gasten of de deur goed in het slot wordt getrokken

1.d Slaapkamer
Kind klimt uit bed en valt
Kind komt klem te zitten tussen de spijlen
Kind komt klem te zitten tussen het matras en de bedombouw of tussen het spijlenhek en de bedombouw
Door warmtestuwing raakt het kind overhit
Medewerker of kind stoot zich tegen bed of struikelt omdat het (te) donker is in de slaapkamer
Kind komt onder de dekens of in de dekbedhoes of tegen zijkant terecht
Baby overlijdt aan wiegendood
Kind blijft met kleding aan knop van het bed hangen
Kind bezeert zich aan oneffenheid of scherpe rand van het bed
Kind in onderste stapelbed stoot hoofd tegen het bovenste bed of tegen het dakje van het bovenste bed

Huisregels met betrekking op de veiligheid in de slaapkamer.
Laat kinderen die wakker zijn niet te lang in bed liggen.
Laat geen speelgoed en knuffels in het lage bed liggen die als opstapje gebruikt kunnen worden.
Leg de kinderen in een bed waar ze niet zelf uit kunnen. Komen.
Leg kinderen die de knop van het bed, ter beveigingvan de sluiting, zelf open kunnen krijgen in een laag bedje.
Controleer de sluitingen van het bed iedere keer als je een kindje in bed legt.
Maakt de bedjes kort op, zodat de voetjes tegen het voeteneind liggen.
Laat kinderen zo veel mogelijk in een slaapzak laten slapen.
Zorg voor wisselligging om een afgeplat hoofd te voorkomen.
Stop de dekens en lakens strak in als het kind onrustig slaapt.
Lees een aantal keren per jaar het protocol veilig slapen van kinderdagverblijf Twinkle en volg de instructies op!
Laat een baby altijd op de rug slapen.
Voorkom dat een baby te warm ligt.
Ventileer de slaapkamer dagelijks.
Ga regelmatig kijken op de slaapkamer.
Zet de babyfoon aan als er kinderen in bed liggen.
Laat de kinderen geen wijde pyama’s dragen.
Gebruik geen speenkoorden in bed.
Controleer een houten bed op splinters en verwijder deze door schuren en lakken.

1.e Sanitair
Kind draait zich van aankleedtafel af
Kind valt van het trapje van de aankleedtafel
Kind klautert zonder toezicht op de aankleedtafel
Het mandje met persoonlijke spullen van de kinderen valt van de plank op het kind

Huisregels met betrekking op de veiligheid bij het sanitair.
Let bij de aanschaf van een nieuw kussen voor de aankleedtafel op dat je een kussen met opstaande randen aan de zijkant koopt.
Blijf bij het verschonen van een kind altijd bij het kind.
Leg vooraf alle benodigheden klaar. Als je iets bent vergeten roep je de hulp in van een collega of legt het kind met het aankleedkussen op de grond. Let hierbij goed op dat er geen andere kinderen in de buurt zijn. Als dit niet veilig genoeg is neem je het kind op de arm mee.
Begeleid de kinderen bij het naar boven en beneden klimmen van het trapje bij de aankleedtafel.
Let op dat je de trap weer inklapt als het kind verschoont is.
Kinderen mogen niet alleen de trap op klimmen.
Berg lotions e.d. op in een afgesloten kast zodat kinderen op de aankleedtafel er niet bij kunnen.
Zet het mandje met persoonlijke spullen goed op de plank. Maak het mandje niet te vool en zorg dat zware spullen ergens anders opgeborgen/bewaard worden.

1.f Kantoor
Kind eet medicijnen uit tas medewerker
Kind eet toner van kopieermachine op
Kind stopt kleine voorwerpen in de mond
Kind snijdt zich aan kantoorartikelen

Huisregels met betrekking op de veiligheid op het kantoor.
Berg tassen van leidsters niet naast het poortje op maar achterdoor op het kantoor.
Berg toner van kopieermachine hoog op.
Gebruik geen punaises of andere scherpe materialen.
Berg scherpe kantoorartikelen zoals scharen, briefopeners e.d. opbergen in een hoge kast.
Let bij gebruik van de nietmachine op dat er geen nietjes achterblijven op de grond. Deze loop je mee naar binnen.

1.g Buitenruimte
Kind valt van speeltoestel
Kind valt door defect materiaal
Kind blijft met koordje van capuchon hangen
Kind verwondt zich aan scherpe rand van speeltoestel
Het hek blijft openstaan en een kind loopt de straat op
Kind bezeert zich aan de omheining
Kind struikelt over een oneffenheid
Kind glijdt uit over een natte plek
Kind rent tegen een obstakel, botst tegen een fiets of wordt omver gelopen
Kind verbrandt zich in de zon

Huisregels met betrekking op de veiligheid in de buitenruimte.
Houd toezicht op de kinderen.
Controleer voordat je de kinderen in de tuin laat spelen of er geen dingen/voorwerpen in liggen die schadelijk kunnen zijn voor de kinderen.
Zorg ervoor dat er voldoende speelruimte is.
Let op verzakte of kapotte tegels. Laat deze recht leggen of laat ze vervangen.
Geef het door als er sprake is van een slechte lechte afwatering.
Strooi pekel bij sneeuw/ijs bij de voordeur zodat ouders veilig naar binnen/buiten kunnen lopen.

1.h Omgeving
Kind moet oversteken tussen geparkeerde auto’s
Kind rent de weg op als het wordt opgehaald
Kind raakt betrokken bij een ongeval bij een uitstapje buiten de deur
Kind struikelt over een boomwortel
Kind bezeert zich aan zwerfvuil

Huisregels met betrekking op de veiligheid in de omgeving.
Houd een veilige routes aan bij het maken van een wandeling. Vermijd drukke straten.
Gebruik een autostoeltje of fietsstoeltje bij een uitje waarbij je de auto gebruikt.
Geef het goede voorbeeld bij uitstapjes buiten het kinderdag verblijf met betrekking tot de verkeersregels, bijvoorbeeld bij het oversteken.
Waarschuw de gemeente als er zwerfvuil wordt gesignaleerd.

2.Gezondheid.
2.a Gezondheidsrisico’s door overdracht van ziektekiemen
Kind komt via hoesten, niezen of ongewassen handen van groepsleiding of andere kinderen in contact met ziektekiemen
Kind komt in contact met ziektekiemen van zieke groepsleiding
Kind komt in contact met pus of vocht uit blaasjes/wondjes van ander kind
Kind komt via snot van een ander kind of door gezamenlijk gebruik van zakdoek, spuugdoek of slabber in contact met ziektekiemen
Kind raakt besmet met ziektekiemen viaeen ander kind of groepsleidster dat met onzorgvuldig of ongewassen handen van toilet komt
Kind komt door aanraken vuil potje of vuile luier in contact met ontlasting/urine
Kind komt door verontreinigde verschoontafel/aankleedkussen in contact met ontlasting/urine
Kind komt via het afdrogen van handen aan een vuile handdoek of gebruik vuile kraan in contact met ziektekiemen
Kind komt via speelgoed dat wordt meegenomen naar het toilet in contact met ziektekiemen
Kind krijgt door het eten van onhygiënisch bereid voedsel/ flesvoeding ziektekiemen binnen
Kind krijgt gifstoffen of ziektekiemen binnen door het eten van bedorven voeding
Baby krijgt door ongekoeld meegebrachte borstvoeding ziektekiemen binnen
Kind krijgt ziektekiemen binnen via onzorgvuldig gereinigde fles/speen
Kind krijgt door gebruik andermans drinkbeker, fles of bestek of fopspeen ziektekiemen binnen
Kind komt door aanraken afval in contact met ziektekiemen
Kind komt via vuile vaatdoek in contact met ziektekiemen
Kind komt door gezamenlijk gebruik van het beddengoed in contact met ziektekiemen
Kind komt via vuil speelgoed, verkleedkleren of knuffels in contact met ziektekiemen
Kind komt via vuile verkleedkleren in contact met ziektekiemen
Kind krijgt ziektekiemen binnen doordat waterspeelgoed aanzet tot het drinken van zwemwater
Kind komt via (uitwerpselen van) ongedierte in contact met ziektekiemen

Huisregels met betrekking op de gezondheidsrisico’s door overdracht van ziektekiemen
Draag altijd zorg voor een goede handhygiëne (zie protocol handen wassen)
Was de handen op cruciale momenten voor het aanraken en bereiden van voedsel, het eten of het helpen bij eten,wondverzorging en na hoesten, niezen en snuiten, toiletgebruik, het verschonen van een kind, het afvegen van de billen van een kind, contact met lichaamsvochten zoals speeksel, snot, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed, buiten spelen, contact met vuile was of de afvalbak, schoonmaakwerkzaamheden
In het geval van buiktyfus, paratyfus, bloederige diarree en open tbc mag de groepsleiding niet komen werken
Dep pus/vocht regelmatig met bijvoorbeeld een wattenstaafje. Dek de wond af . Dek een loopoor af met een steriel gaasje Materialen en oppervlakken die verontreinigd zijn met pus of vocht goed schoon maken
Overdracht van ziektekiemen op andere kinderen worden voorkomen door een aantal dingen te regelen; gebruik eigen handdoek, reinig speelgoed regelmatig,was de handen van de kinderen na krabben aan wondjes en/of blaasjes, gebruik eigen bestek en beker
Draag zelf zorg voor een goede hoesthygiëne, en leer het de kinderen ook aan. Voorkom aanhoesten. ipv. hoest of nies niet in de richting van een ander houd tijdens het hoesten of niezen de hand voor de mond, was na hoesten, niezen of neus snuiten de handen.
Laat kinderen regelmatig hun neus snuiten, gebruik telkens voor ieder kind een schone zakdoek
Gebruik voor ieder kind schone spuugdoekjes/slabbers en ruim doekjes na gebruik op.
Leer de kinderen dat ze na toilet bezoek hun handen moeten wassen en let er op dat de kinderen dit ook daadwerkelijk doen. Leer kinderen hoe ze hun handen moeten wassen (volg hierbij het protocol handen wassen)
Reinig de potjes na elk gebruik.
Gooi vuile luiers direct weg, maak gebruik een gesloten afvalbak.
Reinig de verschoonplek na ieder kind of gebruik een schone onderlegger, vervang aankleedkussen als het tijk gescheurd is.
Gebruik wegwerphanddoeken, pak bij zichtbare verontreiniging én minimaal elk dagdeel een schone handdoek, reinig de kraan (handcontactpunt) minimaal dagelijks.
Voorkom dat kinderen speelgoed mee naar het toilet of de verschoonruimte nemen.
Werk met schoon keukenmateriaal in een schone werkomgeving.
Berg gekoelde producten na aankoop meteen in de koelkast op. Bewaar gekoelde producten onder 7°C.
Haal producten zo kort mogelijk voor gebruik uit de koelkast.
Gooi gekoelde producten die langer dan dertig minuten buiten de koelkast zijn geweest weg.
Controleer de houdbaarheidsdatum voor gebruik.
Zet na opening de datum op het product.
Afgekolfde moedermelk moet door ouders gekoeld vervoerd worden. Ontdooi bevroren moedermelk in de koelkast of onder de kraan met stromend water van ongeveer 20°C
Accepteer alleen zuigelingenvoeding in poedervorm.
Gebruik flesvoeding tijdens het voeden niet langer dan één uur buiten de koeling en gooi resten flesvoeding weg.
Gebruik eenvoudig te reinigen flessen, geef ieder kind een eigen fles, spoel flessen na gebruik meteen schoon en kook flessen dagelijks gedurende drie minuten uit en spenen dagelijks één minuut.
Reinig drinkbeker/fles na ieder gebruik en geef kinderen per maaltijd eigen servies
Gebruik een pedaalemmer en plaats de pedaalemmers buiten bereik van de kinderen. Maak de pedaalemmers dagelijks leeg.
Spoel de vaatdoek na gebruik met heet stromend water uit en pak bij zichtbare verontreiniging, na vuile kluisjes én minimaal elk dagdeel een schone vaatdoek.
Verschoon zichtbaar vuil beddengoed meteen en gebruik voor ieder kind een eigen slaapzakje.
Reinig zichtbaar verontreinigd speelgoed meteen. Reinig babyspeelgoed dat in de mond genomen wordt dagelijks. Reinig speelgoed dat uitnodigt om in de mond te nemen (bijvoorbeeld een plastic boterham) dagelijks. Vervang beschadigd speelgoed (beschadigd speelgoed is lastig schoon te houden) . Houd speelgoed voor binnen en buiten gescheiden
Was verkleedkleren en knuffels maandelijks op 60°C of eerder iendien nodig. Laat zieke kinderen niet in de verkleedhoek spelen, als dat toch gebeurt: extra wasbeurt.
Kies het juiste speelgoed voor in het badje, geef de kinderen wel eendjes maar geen (drink)bekertjes
Laat kinderen niet eten of drinken in het zwembadje
Weer plaagdieren uit het gebouw door kieren en naden af te dichten. Verpak etensresten en ruim kruimels op. Berg afval in gesloten containers of zakken op. Monteer een vliegenlamp op de plaats waar vliegen het gebouw binnen komen. Ruim uitwerpselen van ongedierte direct op

2.b Gezondheidsrisico’s als gevolg van het binnenmilieu
Kind verblijft in een ruimte die bedompt ruikt, muf ruikt, stoffig of te vochtig of te droog is
Kind verblijft in een te warme of te koude ruimte
Kind wordt blootgesteld aan vluchtige stoffen door het gebruik van spuitbussen, lijm of terpentine.
Kind krijgt schadelijke stoffen binnen via ventilatievoorziening
Kind wordt blootgesteld aan lawaai
Kind verblijft in een vervuilde ruimte doordat schoonmaak ontoereikend is
Kind verblijft in een ruimte tijdens schoonmaakwerkzaamheden

Huisregels met betrekking op het binnenmilieu
De hele dag dient de ventilator aan te staan op de laagste stand (zie foto) en de ventilatieroosters bij de ramen open!
Knop Auto staat dan op 1
De knop die er onder staat helemaal naar rechts, zodoende wordt de lucht van de tuinkant naar binnen getrokken en aan de voorkant naar buiten.

EXTRA VENTILEREN!
Van 12.00u tot 12.30u en van 17.30u tot 18.00u en bij bewegingsspellen dient er even goed doorgelucht te worden. Als het mogelijk is de deuren op het kantoor en bij de kinder-wc open of de ventilator op de 3e of 4e stand.

Plaats een thermostaat of thermometer in elke verblijfsruimte. controleer regelmatig de temperatuur, de temperatuur in de verblijfsruimte mag niet lager zijn dan 17°C en in de slaapruimte niet lager dan 15°C. Stel de temperatuur in de verblijfsruimte op 20°C in en pas het ventilatiegedrag aan wanneer de temperatuur oploopt. Ventileer ’s nachts extra bij warm weer om het gebouw af te koelen
Controleer de luchtvochtigheid regelmatig, streef naar een luchtvochtigheid tussen de 40% en 60%
Let bij de inrichting op de mogelijkheden tot stofnesten (plaats meubilair dicht bij de wanden zodat er geen stof tussen kan vallen of juist verder van de wand zodat er makkelijk schoon gemaakt kan worden). Gebruik zoveel mogelijk gesloten opbergruimtes.
Reinig vloer en meubilair dagelijks. reinig de hoger gelegen oppervlakken wekelijks en reinig de wanden maandelijks.
Gebruik geen spuitbussen (verf, haarlak en luchtverfrissers) in ruimtes met kinderen, werk met de lijm op waterbasis (glutofix) gebruik geen wasbenzine, terpentine, verfafbijtmiddelen of andere chemicaliën met oplosmiddelen waar kinderen bij . Gebruik geen verf, vlekkenwater of boenwas want die kunnen veel vluchtige stoffen afgeven.
Plan luidruchtige activiteiten goed in zodat geluidsoverlast voorkomen kan worden
Overleg met ouders wanneer er incidenteel dieren in het kindercentrum worden toegelaten, doe dit ook bij een bezoek aan een kinderboerderij. Laat kinderen na contact met dieren hun handen wassen
Waarborg een consequente schoonmaak door een schoonmaakschema te hanteren. werk met de peotstlijst in de kast.
Stofzuig op momenten dat er geen kinderen zijn of zet de ramen wijd open tijdens het stofzuigen.
Was dekens maandelijks, dekbedovertrekken en hoeslakens wekelijks of eerder indien nodig.

2.c Gezondheidsrisico’s als gevolg van het buitenmilieu
Kind wordt blootgesteld aan stuifmeel van gras, onkruid of bomen die een allergie kunnen oproepen
Kind wordt gebeten door een teek of wordt gestoken door bij of wesp
Kind verbrandt door de zon of krijgt zonnesteek
Kind droogt uit
Kind raakt onderkoeld
Kind wordt blootgesteld aan verontreinigde buitenlucht

Huisregels met betrekking op het buitenmilieu
Zorg dat kinderen bij wandelingen in bossen of spelen in struiken beschermende kleding dragen (denk hierbij aan dichte schoenen, lange broek en een pet) controleer kinderen op teken en tekenbeten
Beperk in de buitenruimte zoet eten en drinken, vermijd plakkerige handen en monden bij buitenspelende kinderen, gebruik bij buiten drinken rietjes of tuitbekers om te voorkomen dat een bij of wesp in de mond of keel terecht komt.
Richt de buitenspeelplaats zo in dat er voldoende schaduw is, maak bijvoorbeeld gebruik van parasols of zonneschermen.
Let op dat kinderen niet te lang in de zon spelen.
Beperk de duur van het buitenspelen bij extreme hitte en pas het spel aan, zodat grote inspanning wordt vermeden.
Laat kinderen bij hoge temperaturen extra drinken.
Smeer kinderen in met een voor deze leeftijdscategorie bedoelde zonnebrandcrème. Creëer speelplekken in de schaduw,plaats badjes onder een parasol. Gebruik petjes en t-shirts met lange mouwen om kinderen tegen de zon te beschermen.
Beperkt de duur van het buiten spelen bij extreem lage temperaturen en zorg voor goede kleding als het erg koud is.
Hou de kinderen binnen, sluit ramen en deuren en schakel als er aanwijzingen voor luchtverontreiniging zijn een deskundige in

2.d Gezondheidsrisico’s ten gevolge van (het uitblijven van) medisch handelen
Kind krijgt bedorven medicatie of de medicatie verkeerd verkeerd toegediend
Kind wordt niet of onjuist medisch behandeld door onvolledige of onjuiste medische dossiers
Kind wordt ondeskundig medisch behandeld door personeel
Kind komt via koortsthermometer in contact met ziektekiemen
Kind komt in contact met ziektekiemen via zalf of crème
Kind komt door onhygiënische wondverzorging in contact met andermans bloed of wondvocht

Huisregels met betrekking op (het uit blijven van) medisch handelen
Volg het protocol medicijnverstrekking. Voorkom misverstanden door een schriftelijke overdracht Laat ouders de verklaring medicijnverstrekking invullen. Hier staat tevens op wie de medicijnen verstrekt.
Noteer op de kladblok hoe laat een kind de medicatie moet krijgen en vink af als de medicatie is toegediend zodat wordt voorkomen dat een medicijn twee keer wordt toegediend.
Geef medicijnen niet voor het eerst in kindercentrum, verstrek alleen medicamenten die al eerder thuis verstrekt zijn.
Zorg ervoor een dat het toedienen van medicatie wordt genoteerd op het eigen formulier van het desbetreffende kind in de klapper voor het volgsysteem zodat gezondheidskenmerken en bijzonderheden op dit vlak in het dossier van het kind zijn vastgelegd
Gebruik eventueel hoesjes om te voorkomen dat de thermometer verontreinigd raakt. Reinig de thermometer na gebruik met water en zeep en desinfecteer de thermometer voor en na gebruik met alcohol 70%.
Let op een goede handhygiëne bij het insmeren met crème of zalf . Gebruik spatels, vingercondooms of rubber handschoenen bij het gebruiken van crème of zalf .
Draag wegwerphandschoenen bij elk contact met bloed, wondvocht of lichaamsvocht die zichtbaar met bloed zijn vermengd. Verwijder (gemorst) bloed met handschoenen aan, neem het bloed op met een papieren tissue (maak de ondergrond schoon met wa ter en zeep, spoel het oppervlak schoon en droog na en desinfecteer daarna met ruim alcohol 70%) .
Dek wondjes met een waterafstotende pleister af en verwissel de pleister of het verband regelmatig, doe dit in ieder geval als het doordrenkt is met wondvocht of bloed.

Omgaan met kleine risico’s.
Hoe leren we kinderen omgaan met kleine risico’s?
Door het jaarlijks invullen en evalueren van de risicoinventarisatie zijn wij ons bewust van de gevaren die er kunnen ontstaan in ons kinderdagverblijf
Wij creëren een veilige en gezonde leefomgeving door uiteraard het goede voorbeeld te geven en door te werken volgens de richtlijnen zoals deze vermeld staan in het beleidsplan. Naast het voordoen en aanleren van vaardigheden wordt er ook veel met de kinderen gesproken over wat en waarom wij dingen doen. Bijvoorbeeld; “Ik ga even mijn handen wassen dan kan ik daarna een boterham smeren”.
Wij leren de kinderen om verantwoord om te gaan met de verschillende ruimten, materialen en gereedschappen. Een stuk bewustwording en hoe ze bepaalde practische zaken moeten aanpakken. Hierbij kan worden gedacht aan het aanleren van een juiste klimtechniek bij het op of afgaan van bank of trap of het gebruiken van een schaar. Kortom de kinderen te laten ervaren, en de juiste technieken aanleren maar ook het duidelijk maken van de risico’s.
Een ander belangrijk punt is het bijbrengen van normen en waarden. Naast het verantwoord om gaan met de verschillende ruimten, materialen, gereedschappen is de omgang en kontact met elkaar de leidsters en andere personen minstens net zo belangrijk. Hierbij is diversiteit, respect naar en acceptatie van elkaar een heel belangrijk onderdeel.
Aan leren en ontwikkelen zijn altijd risico’s verbonden en zoals eerder is gezegd maken wij de kinderen daar bewust van. Het is echter erg belangrijk om goed voor ogen te houden dat wij de kinderen dingen op de juiste manier aan willen leren en vooral niet angstig maken met als gevolg dat ze bepaalde dingen niet meer durven te ondernemen en de ontwikkeling stagneert.
Wij proberen op ieders niveau spel aan te bieden dat uitdaagt om de motoriek en de ontwikkeling te stimuleren en in aanraking te komen met verschillende materialen en gereedschappen.
Onze visie is om de kinderen een zo veilig en gezond mogelijke opvang te bieden, maar met overbescherming doen we de kinderen uiteindelijk ook geen goed.
Een bult, een schaafwond of iets dergelijks kan gebeuren. Sterker nog, er zit ook een positieve kant aan:

  • Het heeft een positieve invloed op de motorische vaardigheden
  • Het vergroot zelfvertrouwen, zelfredzaamheid en doorzettingsvermogen
  • Het vergroot sociale vaardigheden

Grensoverschrijdend gedrag.
Grensoverschrijdend gedrag door volwassenen of door kinderen kan een enorme impact hebben op het welbevinden van het getroffen kind. Bij kinderdagverblijf Twinkle heeft dit thema dan ook onze bijzondere aandacht. We hebben de volgende maatregelen genomen om grensoverschrijdend gedrag met elkaar te voorkomen en wat te doen als we merken als grensoverschrijdend gedrag toch voorkomt:
Tijdens teamoverleggen wordt regelmatig over het onderwerp gesproken om zo een open cultuur te creëren waarbij medewerkers elkaar durven aan te spreken.
De Meldcode Huishoudelijke geweld en kindermishandeling wordt nageleefd.
In het pedagogisch beleidsplan hebben we opgenomen dat kinderen wordt geleerd hoe je met elkaar om kunt gaan waarbij respect is voor normen en waarden. Zo weten kinderen wat wel en niet toelaatbaar is, en wat gepast en ongepast gedrag is.
Daarnaast leren we kinderen dat het belangrijk is dat ze het direct aangeven als zij bepaald gedrag ervaren dat niet wenselijk is. We helpen ze mondiger te maken op momenten dat dit nodig is.
Wij werken met ons pestbeleid.

De volgende maatregelen worden genomen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen:
Alle medewerkers hebben een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG verklaring).
We werken met een vier-ogenbeleid.
Medewerkers kennen het vier-ogenbeleid.
Medewerkers spreken elkaar aan als ze merken dat het vier-ogenbeleid niet goed wordt nageleefd.
Er zijn duidelijke afspraken hoe er gehandeld moet worden als een kind een ander kind mishandelt.
Medewerkers kennen de afspraken hoe er gehandeld moet worden als een kind een ander kind mishandelt.
Er is een meldcode huiselijk geweld en protocol wat te doen als kindermishandeling.
Medewerkers kennen de meldcode en passen hem toe bij een vermoeden van kindermishandeling.
We bespreken regelmatig ons pestbeleid en kijken of dit voldoende wordt toegepast of verbetert moet worden als we de kindbesprekingen houden.

Vierogenprincipe.
Vanaf 1 juli 2013 is het vierogenprincipe verplicht voor de kinderdagverblijven. Dit houdt in dat er altijd een andere volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met de beroepskracht. Het vierogenprincipe is bedoeld om de veiligheid in de kinderdagverblijven te vergroten. Dit staat in de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.
Wij hebben hier invulling aangegeven door onze ruimten te voorzien van camera’s.
Alle beelden kunnen worden teruggekeken door de mederwerkers van het kinderdagverblijf.
De houders van het kinderdagverblijf kunnen ten alle tijden inloggen en meekijken op de groep.

Plan van aanpak.
Wij starten ieder jaar met een uitgebreide risico-inventarisatie. Tijdens een teamoverleg bepalen we welke medewerkers het komende jaar de risicoinventarisatie gaan uitvoeren en gedurende welke periode hieraan wordt gewerkt. Zo is het hele team betrokken bij de inventarisatie en wordt er ieder jaar met een frisse blik naar gekeken. Op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie maken we een actieplan en een jaarplan op. De voortgang van beide plannen wordt regelmatig geëvalueerd tijdens teamoverleggen. Op basis van de evaluaties wordt het beleidsplan Veiligheid en Gezondheid bijgesteld.

Achterwachtregeling.
Als er maar één medewerker aanwezig is op het kinderdagverblijf hanteren we een zogenaamde achterwachtregeling.
Deze regeling houdt in dat in geval van calamiteiten er een actieve achterwacht beschikbaar dient te zijn die
– binnen ambulance aanrij-tijden in het kindercentrum aanwezig moet zijn
– is tijdens de openingstijden van het kindercentrum bereikbaar.

Op het kinderdagverblijf hangt bij de telefoon een actuele lijst van mensen die in deze achterwachtregeling zitten.

Verder hebben wij met kinderopvangorganisatie De Dolfijn in Urmond afgesproken dat we elkaars achterwacht zijn. Dit kinderdagverblijf ligt op 5 minuten loopafstand bij ons vandaan. In geval van calamiteiten kunnen wij gebruik maken van de pedagogisch medewerkers van elkaar maar ook van elkaars faciliteiten.

Inzichtelijk.
Het veigheids- gezondheidsbeleid is geschreven met het doel om het kinderdagverblijf gezond en veilig te houden in de breedste zin van de bewoording. Het kinderdagverblijf moet aan alle veiligheidseisen en voorschriften voldoen en huisregels moeten worden nageleefd. De kinderen, medewerkers, ouders en staigiaires moeten veilig zijn en zich veilig voelen. De gezondheid van de kinderen staat op nummer 1 maar ook de sfeer en onderlinge verhoudingen moeten gezond zijn zijn en er moet transparantie zijn in de manier van werken.

Onze visie van dit beleid is dat er kritisch en regelmatig, door iedereen die op het kinderdagverblijf werkzaam is maar ook door de ouders (oudercommissie) gekeken moet worden dat de huisregels en afspraken worden nageleefd. Het is belangrijk om regelmatig samen te zitten en te kijken waar eventuele verbeter/veranderpunten zitten. Zodoende is de betrokkenheid het grootst. Bij het 6 wekelijke overleg wordt er ruimte vrij gemaakt om dit onderdeel te bespreken. Tevens oefenen de medewerkers dan ook om feedback op elkaars werk(houding) te geven.

Om het beleid goed werkbaar en overzichtelijk te houden hebben wij ervoor gekozen om alle huisregels die gemaakt zijn naar aanleiding van de grote risico’s samen te bundelen in algemene huisregels van kinderdegverblijf Twinkle. Deze hangen in de groep en wordt uitgereikt aan stagiaires of medewerkers als ze nieuw zijn in de groep. Verder zorgen we voor een uitgebreide introductie in het veiligheids- en gezondheidsbeleid, met indien nodig eventuele extra instructies. Zodanig dat deze persoon in staat is tot het nemen van maatregelen wanneer dit aan de orde is.

Tijdens het intake gesprek lichten wij de ouders in over onze activiteiten ten aanzien van veiligheid en gezondheid. Zo zijn ouders direct op de hoogte van onze visie ten aanzien van veiligheid en gezondheid.

 

Pedagogisch beleidsplan

1.Inleiding
Voor u ligt het pedagogisch beleidsplan van kinderdagverblijf Twinkle.
Het beleidsplan is de rode draad voor de dagelijkse opvangpraktijk. Het is geschreven voor alle bij de opvang betrokken partijen:

Ouders / verzorgers:
De ouders / verzorgers een beeld geven van de opvang die de kinderen wordt geboden, de wijze waarop de opvang is geregeld, de activiteiten die worden ondernomen en de manier waarop met de kinderen wordt omgegaan.

Leidsters:
Het pedagogisch beleid is een richtlijn voor de leidsters zodat zij weten wat er van hen wordt verwacht. Daarnaast stimuleert het de leidster(s) om in de dagelijkse praktijk stil te staan bij het werk waardoor de kwaliteitsbewustheid wordt bevorderd.
In dit pedagogisch bedrijfsplan wordt gesproken over “leidsters”en “zij” omdat in de opvang voornamelijk met vrouwelijke werknemers gewerkt wordt. Waar er in dit bedrijfsplan wordt gesproken over een kind dan gebeurt dit om reden van het leesgemak in de “hij”- vorm.

2.ALGEMENE DOELSTELLING
Twinkle streeft er naar bij al haar opvang activiteiten verantwoorde kinderopvang te bieden. Het welzijn van het kind staat hierbij centraal.

2.1. Algemene visie op de kinderopvang
Kinderopvang biedt aan kinderen de mogelijkheid om zich in een veilige omgeving, in groepsverband, te ontwikkelen. Kinderopvang biedt ouders en verzorgers de gelegenheid om naast de opvoeding van de kinderen actief deel te nemen aan de maatschappij.

Kinderopvang dient te voldoen aan eisen met betrekking tot kwaliteit en continuïteit. Tevens dient kinderopvang, voor zover mogelijk, tegemoet te komen aan de wensen van de ouders.

2.2. Visie op kinderopvang in een kinderdagverblijf
Kinderdagverblijf Twinkle streeft er naar een opvoedingsituatie te bieden die aansluitend en aanvullend is op de opvoedingssituatie thuis. In het kinderdagverblijf ontmoeten kinderen andere kinderen in groepsverband. Het is een plaats waar kinderen leren omgaan met andere kinderen, door onder meer samen te spelen, te eten en te slapen. Door het omgaan met andere kinderen leren kinderen de uitwerking van hun gedrag op anderen kennen. Mede hierdoor krijgen kinderen inzicht in hun eigen gevoelens en leren ze een scala aan reactiemogelijkheden. Tevens leren kinderen al vroeg de betekenis van delen, helpen, rekening houden met de ander, omgaan met conflicten en opkomen voor je zelf.

De situatie in de dagopvang is er opgericht het kind in een op kinderen afgestemde omgeving en sfeer een prettige dag te laten doorbrengen, zodanig dat het kind zich er veilig en geborgen voelt. Hier wordt door de leidsters zowel in groepsverband als individueel bewust aangesloten op de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt.

Twinkle neemt een deel van de opvoeding van de kinderen over. Ouders zijn echter medeverantwoordelijk voor de opvang van hun kinderen in het kinderdagverblijf. Daarom is het noodzakelijk om gegevens over de ontwikkeling van hun kind met de leidster(s) uit te wisselen. Daardoor worden wederzijdse inzichten over deze ontwikkeling en de opvoeding vergroot. Goede contacten tussen ouders en leiding is dus belangrijk.

Ouders mogen van de leidsters betrokkenheid bij het kind verwachten. Zij kunnen meedenken over opvoedingsvragen als ouders daaraan behoefte hebben. Tevens hebben de leidsters een signalerende functie ten aanzien van het welzijn en het functioneren van de kinderen. Een kinderdagverblijf is speciaal ingericht voor de kinderen en biedt daardoor andere mogelijkheden dan de thuissituatie. De accommodatie is aantrekkelijk, veilig en schoon. Er is tevens voldoende geschikte buitenspeelruimte.

2.3. Uitgangspunten
Als basis voor het pedagogisch beleid gelden onderstaande uitgangspunten. De opvoeding is gericht op de ontplooiing van een kind tot een zelfstandige, creatieve en kritische persoon en op het aanleren van sociale vaardigheden. Elk kind heeft het recht om onvoorwaardelijk geaccepteerd te worden. Hoewel het noodzakelijk is om bepaald gedrag te verbieden, dienen gevoelens serieus genomen te worden. Een kind heeft recht op respect en moet de ruimte krijgen om zich op eigen wijze te ontwikkelen. In het kinderdagverblijf mag geen verbaal of fysiek geweld gebruikt worden. Een kind heeft basisbehoeften, zoals de behoefte aan voeding, slaap, aandacht en genegenheid. Er wordt naar gestreefd zoveel mogelijk aan deze behoeften te voldoen. Het is belangrijk dat een kind zich veilig en geborgen voelt. Een kind moet bekend zijn met de plaats en de manier van opvang. Het streven is dat steeds dezelfde mensen en kinderen aanwezig zijn. Een kind heeft recht op individuele aandacht en zorg waarbij tevens rekening moet worden gehouden met het belang van de groep als geheel. Het individu mag niet lijden onder de groep, maar de groep mag ook niet lijden onder het individu.

2.4. Gedragscode voertaal.
In principe wordt er op kinderdagverblijf Twinkle de Nederlandse voertaal gehanteerd.

Correspondentie wordt altijd in het Nederlands geschreven en op ouderavonden wordt er Nederlands  gesproken.

Echter veel van de kinderen die bij ons verblijven zijn bekend en vertrouwd met het Limburgse dialect. Wanneer wij merken dat deze kinderen zich meer op hun gemak voelen in hun moedertaal, spreken wij  Limburgs dialect met deze kinderen.

3.PEDAGOGISCH BELEID

3.1. Creëren van ontwikkelingsmogelijkheden
In de eerste vier jaar van het leven ontwikkelt een kind zich van baby tot een peuter en schoolkind. Een kind, waarbij de ontwikkeling voorspoedig verlopen is,  treedt de wereld tegemoet met zelfvertrouwen en kan zich aardig redden. De eerste jaren worden algemeen beschouwd als een cruciale periode voor de ontwikkeling van het kind op velerlei gebied. De ontwikkeling van kinderen verloopt niet bij elk kind op dezelfde wijze. Ieder kind heeft een eigen tempo en kent bepaalde gebieden waarop het zich meer of minder ontwikkelt. Ieder kind heeft ook een groot potentieel aan mogelijkheden in zich. De situatie waarin het kind opgroeit en de mensen die het kind omringen spelen een belangrijke rol in de manier waarop die mogelijkheden worden gerealiseerd en in welk tempo dat het gebeurt. De kinderopvang levert hieraan een belangrijke bijdrage. Het signaleren van ontwikkelingsproblemen is een belangrijke functie van het dagverblijf. De situatie in het dagverblijf is er op gericht om kinderen in een veilige en prettige omgeving de dag te laten doorbrengen. Hierbij wordt zowel in groepsverband als individueel bewust aangesloten op de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. In de ontwikkeling van de kinderen vallen de navolgende deelgebieden te onderscheiden:

  1. lichamelijke ontwikkeling
  2. sociaal-emotionele ontwikkeling
  3. cognitieve ontwikkeling
  4. creatieve ontwikkeling
  5. ontwikkeling identiteit en zelfredzaamheid

3.2. Lichamelijke ontwikkeling
In de leeftijd van 0 tot 4 jaar maken kinderen een grote ontwikkeling door in de motorische vaardigheden. De coördinatie en samen bewegen van romp, armen en benen heet de grove motoriek. De grove motoriek wordt gestimuleerd door materialen als het dans- en bewegingsspel. Kleine kinderen hebben veel belangstelling voor herhaling, de peuter voelt vooral.

In het dagverblijf zijn uitdagende spelmogelijkheden. Het kind moeten kunnen klauteren, glijden en springen waardoor het de eigen mogelijkheden leert kennen. Het kind leert onder meer omgaan met hoogteverschillen en gevaar. De fijne motoriek omvat kleine bewegingen die coördinatie tussen ogen en handen vereisen. Het kind gaat naar voorwerpen grijpen, pakken en iets in de mond te stoppen. De fijne motoriek ontstaat onder meer in het fysieke contact met de leidster en wordt gestimuleerd door materialen als kleurtjes, kralen, insteeknoppen en puzzels. Bij baby’s wordt dat gestimuleerd door rammelaars en door het doen van spelletjes en babygym.

3.3. Sociaal-emotionele ontwikkeling
Belangrijk aspect van de sociale ontwikkeling is de ervaring hoe het is om samen te zijn met andere kinderen en volwassenen. Door het omgaan met leeftijdgenootjes en leidsters leert het kind de uitwerking van z’n gedrag op anderen dan eigen mensen kennen. Hierdoor leert het kind inzicht te krijgen in zijn eigen gevoelens en leert andere reactiemogelijkheden. Tevens leert het kind al vroeg de betekenis van delen, troosten, helpen, rekening houden met anderen en omgaan met conflicten. Vrij spel is hierbij heel belangrijk, wij vinden het erg belangrijk om tussen de dagelijks terugkerende zaken als eten en drinken en andere activiteiten de kinderen genoeg mogelijkheden bieden om vrij te kunnen spelen met andere kinderen. Twinkle plaatst de kinderen in principe op de dagen die ouders vragen. Het gevolg hiervan is dat de groep elke dag anders is van samenstelling. Het kind maakt dus deel uit van een wisselende groep. Wat betreft continuïteit in relaties van kinderen uit een zelfde gezin gaat het kinderdagverblijf zoveel mogelijk uit van wensen en voorkeuren van ouders. Vanuit pedagogisch oogpunt heeft het dagverblijf wat dit betreft geen speciaal standpunt. Wat betreft het ingaan op wensen van ouders moet worden aangetekend dat het qua planning mogelijk moet zijn om hun wensen te honoreren.

3.4. Emotionele ontwikkeling
Het waarnemen en het serieus nemen van gevoelens van de kinderen is belangrijk. Soms is het nodig dat een leidster een bepaald gedrag verbiedt, echter de gevoelens van het kind moet ze accepteren. De leidster probeert de gevoelens van de kinderen, zoals blijdschap, woede, verdriet, angst en onverschilligheid te verwoorden. Zo leert het kind om te gaan met zijn gevoelens, herkent gevoelens van andere kinderen en leert hiermee om te gaan. Kleine kinderen uiten veel van hun gevoelens door spel. De leiding speelt hierop in en stimuleert dit door bijvoorbeeld fantasie en rollenspelen. Bij Twinkle is hiervoor materiaal aanwezig zoals poppen, een boerderij, lego/duplo en verkleedkleren.

3.5. Cognitieve ontwikkeling

3.5.1. Taal
De cognitieve ontwikkeling heeft betrekking op de ontwikkeling van taal (begrijpen en spreken) en denken: begrip en inzicht verwerven door de informatie uit de omgeving te ordenen, te onthouden, toe te passen en te combineren met nieuwe situaties. Taal en denken zijn nauw met elkaar verbonden. Taal is een belangrijk middel om inzicht te krijgen in de omringende wereld. Een kind vraagt en krijgt in taal uitleg en hulp. De leidster speelt hierin een actieve rol door veel tegen het kind te praten. Zoveel mogelijk wordt op elke taaluitdrukking van het kind gereageerd; van de eerste klanken die de baby maakt, tot de vragen en verhalen van de peuter. Er wordt door de leidster geen brabbeltaal gesproken of nagepraat. Ter stimulering van de taalontwikkeling organiseert de leidster verschillende activiteiten, zoals zang, taalspelletjes en spelletjes met klanken en geluiden.  

3.5.2. Denken
Spelen en bezig zijn is leren voor een kind. Het kind leert onder meer door voorbeeld en nabootsing. Door allerlei dagelijkse gebeurtenissen te bespreken, ontstaat ordening om de wereld van het kind. De leidster legt daarbij uit, benoemt de dingen en nodigt de kinderen uit om zelf te verwoorden. Regelmatig doet de leidster een beroep op het vermogen van kinderen om zelf oplossingen te zoeken voor problemen. In het dagverblijf wordt veelzijdig materiaal aangeboden waardoor kinderen bezig kunnen zijn met kleuren, vormen en seizoenen.

3.6. Creatieve ontwikkeling
De leidster stimuleert de creatieve ontwikkeling door het aanbieden van allerlei soorten materialen (water, zand, verf, klei, verkleedkleren en schmink) en activiteiten (muziek, dans en drama). Voor het kleine kind is het omgaan met materialen een onderzoekende bezigheid. Het leert er de mogelijkheden en de eigenschappen van kennen waarbij het resultaat nog niet belangrijk is. Creatief zijn kan op vele manieren, bijvoorbeeld door te vertellen en door fantasie- constructie spelen. Het is belangrijk dat kinderen hierbij gewaardeerd worden en zoveel mogelijk de ruimte krijgen voor hun eigen inbreng.

3.7. Ontwikkeling identiteit
Geleidelijk aan wordt het kind zich er van bewust dat het een persoon is, die verschilt van ieder ander. Door het kind positief te benaderen bevordert de leidster het zelfvertrouwen van het kind. Er wordt aandacht besteed aan de persoonlijke verhalen en het kind wordt gestimuleerd zich te uiten en eigen keuzes te maken. De leidster waardeert onderlinge verschillen tussen de kinderen in bijvoorbeeld voorkeur voor activiteiten, tempo en spontaniteit. Daarnaast stimuleert de leidster het identiteitsbesef ook door bijvoorbeeld regelmatig opnoemen van namen en achternamen of door te geven van eigen plekjes of spullen.

3.8. Zelfredzaamheid
De leidster moedigt het kind aan tot zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Dat wat het kind kan proberen mag het in principe ook zelf doen. De leidster zorgt er wel voor dat het kind niet teveel mislukkingen ervaart. De leidster geeft de kinderen af en toe opdrachten en taken, bijvoorbeeld het opruimen van speelgoed. De opdrachten worden voor het kind duidelijk en overzichtelijk gehouden.

4.MAATSCHAPPELIJKE BEWUSTWORDING

4.1. Overbrengen van waarden en normen
Het overbrengen van waarden en normen speelt in de opvoeding van de kinderen voortdurend een rol. Waarden geven uitdrukking aan de betekenis die mensen hechten aan bepaalde gedragingen, dingen of gebeurtenissen. Het zijn ideeën of opvattingen die aangeven hoe belangrijk mensen iets vinden. Waarden zijn onmiskenbaar cultuurgebonden; ze veranderen in de loop van de tijd en variëren van samenleving tot samenleving. Normen vertalen de waarden in regels en voorschriften hoe volwassen en kinderen zich behoren te gedragen. De waarde is respect hebben voor elkaar. De norm is dat lijfelijke agressie niet wordt toegestaan.

4.2. Uitwisselen van waarden en normen
Een kind wordt gevormd door de omgang met volwassenen en andere kinderen. De omgang tussen volwassen en kinderen heeft in de opvang een andere dimensie dan thuis. De leidster is in eerste instantie beroepsmatig bij de kinderen betrokken. De leidster onderhoudt contact met alle kinderen uit de groep. Daarnaast is er de omgang van de leidster met de groep als geheel. Op beide niveaus is sprake van een voortdurende uitwisseling van waarden en normen in communicatie en interactie. In een groep kinderen is er sprake van een continu proces. Dit vindt voor een gedeelte bewust en onbewust plaats. Tussen de kinderen onderling speelt voortdurend wat hoort en niet hoort. Door middel van taal vindt er onderling een (gedeeltelijke) bewuste uitwisseling plaats van waarde en normen. Daarnaast speelt het non-verbaal uitwisselen en overbrengen een grote rol in de communicatie. Hier wordt zo zorgvuldig mogelijk mee omgegaan.

4.3. Vooroordelen
De leidster is zich bewust van bestaande vooroordelen bij zichzelf en bij anderen omtrent geloof, etniciteit, sociale klasse, sekse en seksuele geaardheid. Zij realiseert zich beïnvloed te zijn door de eigen omgeving waarin zij is opgegroeid. Over al deze onderwerpen zijn in meer of mindere mate vanzelfsprekendheden ontstaan die discutabel zijn. De leidster probeert kritisch te staan tegenover deze meningen, het gedrag dat daar uit voortvloeit en zich bewust te blijven van eigen vooroordelen.

Bij kinderen wordt actief geprobeerd te voorkomen dat vooroordelen ontstaan, juist omdat kinderen van nature nieuwe dingen open tegemoet zullen treden. De leidster probeert steeds te reageren op de kinderen zodra ze merkt dat in een spel of in gesprek vooroordelen naar voren komen. Ook is zij actief in het aanbieden van roldoorbrekende speelgoed of het voorlezen of zingen van verhalen en liedjes die de kinderen duidelijk laten zien dat er keuzes zijn buiten de “gangbare” paden. Zij zijn erop attent dat zij op geen enkele wijze negatieve meningen laten horen over bepaalde groepen in onze samenleving. Wel is ze actief in het praten over verschillende groeperingen, met de bedoeling dat de kinderen meer weten en daardoor minder snel geneigd zijn iets gek en daardoor minder waard te vinden.

4.4. Verschillen
Bij Twinkle zijn kinderen van alle bevolkingsgroepen. Aan speciale gebeurtenissen, die aan een bepaalde levensovertuiging verbonden zijn, wordt op gepaste wijze aandacht geschonken in de groep. Voor zover mogelijk wordt aan de kinderen uitgelegd welke betekenis de speciale gebeurtenis binnen de betreffende levensovertuiging heeft. Verschillen in de sociale achtergrond komen soms tot uitdrukking in kleding, taal gebruik. Bij Twinkle wordt elk kind met evenveel zorg omringd. Het is belangrijk om kinderen geen typisch vrouwen of mannenrol op te leggen. In de opvang is er zowel “jongens” als “meisjes” speelgoed aanwezig. De keuze vrijheid en de eigenheid van het kind staan centraal bij de keuze voor het een of het andere speelgoed.

4.5. Problemen en conflicten
Kinderen worden gestimuleerd zelf hun sociale problemen op te lossen. Wanneer kinderen daarin niet slagen of wanneer steeds hetzelfde kind als “winnaar” of “verliezer” uit de strijd komt, biedt de leidster hulp. De minst weerbaren worden de mogelijkheid aangereikt om met meer kans op succes hun behoeften en wensen kenbaar te maken. De leidster leert de kinderen rekening met elkaar te houden door voor te doen hoe via overleg tot overeenstemming gekomen kan worden. Kinderen kunnen al vroeg leren voor zichzelf op te komen en daarnaast rekening te houden met anderen.

4.6. Feesten en rituelen
Een aantal gebeurtenissen zoals verjaardagen, afscheid en feestdagen (Sinterklaas, Kerst en Pasen) verlopen op het dagverblijf volgens een vast ritueel. Door hier op een bepaalde manier mee om te gaan, leren kinderen wat het betekent om bijvoorbeeld jarig te zijn. Aan vaste gewoontes kunnen kinderen zowel zekerheid als plezier ontlenen. Ook het hanteren van een vaste dagindeling valt te beschouwen als een ritueel.

4.7. Omgaan met rouwverwerking
Het overlijden van een persoon in de directe omgeving is ook voor jonge kinderen heel ingrijpend. Het is heel belangrijk dat de leidster op de hoogte is zodat zij zo goed mogelijk kan reageren. Troosten, aanhalen en warmte bieden zijn wezenlijk dingen waarmee je kinderen helpt om hun rouw en verdriet te verwerken. Het is belangrijk om eerlijke informatie te geven die aansluit bij de ontwikkelingsfase van het kind. Ook is het belangrijk om er niet over te zwijgen.

4.8. Uitstapjes en contact met ouderen
Op Twinkle hechten wij enorm veel waarde aan een gevarieerd programma. Wij wisselen zowel  individuele- en groepsactiviteiten als  buiten- en binnenactiviteiten af. Wij vinden het leuk om bij de groter opgezette activiteiten, zoals bij herfsttochten, Paastochten, het landelijk voorleesontbijt, sinterklaas activiteiten etc. ouders maar ook opa’s en oma’s te betrekken. Verder gaan wij regelmatig naar het bejaardenhuis in Urmond om samen te spelen en leren van elkaar. Voor zowel jong als oud is dit altijd een bijzondere ervaring. Ook bij deze bezoekjes wordt veel gevarieerd met beweging, muziek en creatieve activiteiten.

5.VERZORGING VAN DE KINDEREN
Op het gebied van gezondheid, veiligheid en hygiëne worden de richtlijnen van de GGD en de toezichtverordening op de kindercentra van de gemeente gevolgd. Daarnaast wordt gewerkt met richtlijnen op de hieronder genoemde terreinen.

5.1. Maaltijden
In eerste instantie wordt voor baby’s tijdens de dagopvang het ritme van thuis overgenomen. Naarmate de kinderen groter worden, gaan ze zich meer op de groep richten. Het gebruik van een maaltijd of een tussendoortje krijgt het karakter van een gezamenlijke activiteit. Wanneer een kind een speciaal dieet heeft, wordt dit op het dagverblijf gevolgd. Een van de leuke dingen van jarig zijn is trakteren. Bij voorkeur bestaat deze traktatie uit een gezonde traktatie. De leidster kan ouders altijd adviseren bij het bedenken van een gezonde traktatie.

5.2. Slapen
Een kind moet uitgerust zijn om de wereld aan te kunnen, daarvoor is voldoende slaap van belang. Voor baby’s wordt ook bij het slapen het ritme van thuis gevolgd. Dit ritme verschilt per kind en daar wordt op het op het dagverblijf rekening mee gehouden. Naarmate de kinderen ouder worden, ontstaat een groepsritme: alle peuters die gaan slapen, gaan tegelijk naar bed. Of en hoe lang de kinderen ’s middags slapen wordt regelmatig besproken met de ouders. De leidster gaat uit van de individuele behoefte van het kind.

5.3. Gezondheid, ziektes en ongevallen
Alle leidsters zijn in het bezit van geldig EHBO- en BHV-diploma en weten hoe te handelen in geval van nood. Ieder jaar wordt een bijscholingscursus op locatie gevolgd. Wanneer een kind ziek wordt op het dagverblijf worden de ouders of verzorgers daarvan in kennis gesteld. In overleg met de ouders of verzorgers wordt dan besloten wat voor actie wordt ondernomen. In een noodsituatie wordt uiteraard onmiddellijk de lokale arts gewaarschuwd.

Daarnaast willen wij jullie verwijzen naar het protocol zieke kinderen en medicijnen. Deze ligt ter inzage op het kinderdagverblijf.

5.4. Veiligheid
Het werken met een groep kleine kinderen maakt het noodzakelijk dat het materiaal en de inrichting van de groepsruimte voldoet aan de strengste veiligheidsnormen. Regelmatig wordt de ruimte en de materialen op veiligheid gecontroleerd. Hiervoor gebruiken we de risico-inventarisatielijsten van de stichting Consument en veiligheid.

Verder zijn alle leidsters op de hoogte van de huisregels. Hierdoor wordt de veiligheid voor de kinderen vergroot. Deze huisregels liggen ter inzage op het kinderdagverblijf.

5.5. Hygiëne
Voor kleine kinderen die nog niet veel weerstand hebben opgebouwd, is een schone omgeving van groot belang. De groepsruimte wordt dagelijks schoongemaakt door de leidsters. Regelmatig (minimaal 1x per jaar) worden de ruimten en manier van werken gecontroleerd op hygiëne. Hiervoor gebruiken we de risico-inventarisatielijsten van de stichting Consument en veiligheid.

Omdat er steeds meer kinderen zijn met een allergische aanleg, maar ook vanwege de hygiëne, is de ruimte zo stofvrij mogelijk ingericht.

5.6. Inrichting
Een belangrijk criterium bij de inrichting van de groepsruimte is overzicht. Overzicht over de ruimte is zowel voor de leidster als voor het kleine kind belangrijk. De leidster moet een zo goed mogelijk overzicht op alle kinderen kunnen houden. Voor de jongste is het belangrijk om oogcontact met de leiding te hebben terwijl ze aan het spelen zijn. Peuters hebben al wat meer behoefte om af en toe in een “afgesloten” hoekje met elkaar te spelen. Bij de inrichting is rekening gehouden met deze behoeften van de kinderen. De ruimte is, o.a. door kleur en materiaalgebruik, aantrekkelijk voor kinderen en nodigt uit tot spel.

6.OUDERBELEID

6.1. Samenwerking met de ouders
In het dagverblijf wordt een deel van de opvoeding en verzorging van de kinderen overgenomen van de ouders. Dit maakt het nodig om gegevens over de ontwikkeling van het kind uit te wisselen, waardoor wederzijdse inzichten over deze ontwikkeling worden vergroot. Om kinderen een zo goed mogelijke opvang te bieden is een goede samenwerking met ouders van groot belang. Daartoe dient aan een tweetal randvoorwaarden te worden voldaan:

  1. Wederzijds vertrouwen; begrip voor elkanders verantwoordelijkheid, mogelijkheden en beperkingen.
  2. Wederzijds respect; respect van de leidster voor de ouders die de eind verantwoordelijkheid voor hun kind hebben en respect van ouders voor de professionele verantwoordelijkheid van de leiding voor hun kind.

Daarnaast krijgt de samenwerking tussen ouders en leidsters gestalte door:

  1. De wenperiode.

Om de eerste periode in de dagopvang voor het kind zo goed mogelijk te laten verlopen, worden er duidelijk afspraken gemaakt met de ouders. Deze afspraken hebben onder meer betrekking op de opvoeding, de verzorging het ritme en de gewoonten van het kind. Ook worden afspraken gemaakt over afscheid nemen. In de wenperiode wordt aandacht besteed aan de wederzijdse verwachtingen en wordt gevraagd naar specifieke wensen van de ouders.

  1. Uitwisselen opvoedingsideeën.

Het uitwisselen van opvoedingsideeën maakt het mogelijk om een lijn te volgen in de benadering van het kind. Soms kan een bepaalde benadering thuis succesvol zijn en kan de opvang die overnemen. Andersom kan dat ook gelden. Verschillen in opvoeding en benadering van het thuis en in de opvang zijn eveneens bespreekbaar.

  1. Opvoedingsvragen van ouders.

De opvang kan ouders ondersteuning bieden bij de opvoeding. Dit gebeurt in individuele contacten tussen ouders en leidster. De leidster ziet de kinderen de hele dag en heeft zicht op hun ontwikkeling. Als er problemen zijn met een kind wordt in overleg met de ouders bekeken wat het beste is voor het kind.

6.2. Betrokkenheid
De ouders worden zoveel mogelijk betrokken bij zaken die de dagopvang betreffen. De contacten vinden plaats tussen:

  1. De leidster en de individuele ouders. De afstemming heeft betrekking op het eigen kind. Uitgangspunt hierbij is dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van ouders. Als de leidster vindt dat de wens van de ouder niet overeenkomt met het belang van het kind en/of de dagopvang wordt dit uitgelegd en wordt geprobeerd hiervoor begrip te kweken bij de ouder.
  2. Individuele ouders en de dagopvang. Twinkle draagt er zorg voor dat de ouders informatie krijgen over belangrijke zaken m.b.t. het functioneren van de dagopvang. Ouders kunnen advies geven over zaken die direct van invloed zijn op de kinderen of op de ouders zelf.

6.3. Uitwisseling informatie
Ouders en leidster hebben voornamelijk mondeling contact bij het brengen en halen. De kinderen krijgen als ze worden opgehaald een overdrachtsformulier mee naar huis. Hier staan de slaaptijden, de voedingen en bijzonderheden op vermeld. Ook  kan er, tot het kind 1 jaar is, gecommuniceerd worden door middel van een schriftje. Indien wenselijk of nodig kan er een oudergesprek worden aangevraagd.

6.4. Klachtenafhandeling
Kinderopvang is mensenwerk. En waar mensen werken, kan iets mis gaan. Dit kan leiden tot ontevredenheid en soms uiteindelijk tot klachten.

Iedere ouder heeft het recht een klacht in te dienen als de dienstverlening niet in orde is. Ouders kunnen op een aantal manieren een klacht neerleggen.

  • Ouders kunnen hun vraag of klacht meteen bespreekbaar maken bij een van de leidsters of eigenaren van het kinderdagverblijf.
  • Ouders kunnen een klacht indienen bij de geschillencommissie degeschillencommissie.nl De Geschillencommissie kent meerdere commissies, die klachten over verschillende, specifieke onderwerpen behandelen. Er zijn consumentencommissies, die klachten tussen consumenten en ondernemers behandelen en er zijn zakelijke commissies, die klachten tussen ondernemers onderling behandelen. Vanaf een commissie-pagina kunt u uw klacht indienen.  Er zijn drie manieren om uw klacht in te dienen:
  1. Ga naar de Geschillencommissie die uw klacht kan behandelen en dien daar uw klacht in.
    2. Zoek via Adressen ondernemers de naam van uw ondernemer, en dien via die pagina uw klacht in.
    3. Zoek op Onderwerp als u niet weet bij welke commissie u moet zijn, of als u uw ondernemer niet kunt vinden. 

6.5. Privacy
Individuele ouders hebben recht op privacybescherming door zorgvuldige behandeling van alle (in vertrouwen) gegeven informatie. Ouders worden op de hoogte gesteld indien er over hun kind contact en/ of overleg is met derden, die niet aan de dagopvang zijn verbonden. (school, hulpverlenende instanties, e.d.) Er wordt door de leidster geen vertrouwelijke informatie over kinderen en / of ouders aan andere kinderen, ouders en collega’s in de dagopvang gegeven.

6.6. Vierogenprincipe
Vanaf 1 juli 2013 is het vierogenprincipe verplicht voor de kinderdagverblijven. Dit houdt in dat er altijd een andere volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met de beroepskracht. Het vierogenprincipe is bedoeld om de veiligheid in de kinderdagverblijven te vergroten. Dit staat in de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.

Wij hebben hier invulling aangegeven door onze ruimten te voorzien van camera’s.

Alle beelden kunnen worden teruggekeken.

De houders van het kinderdagverblijf kunnen ten alle tijden inloggen en meekijken op de groep. 

6.7. Plaatsingsbeleid
Bij Twinkle wordt opvang geboden aan kinderen van 0 tot 4 jaar. Er wordt gewerkt met één stamgroep. Een groep bevat maximaal 13 kinderen. Wij houden ons aan de leeftijdsopbouw volgens de voorschriften van de GGD en de rijksoverheid. De leidster-kind ratio wordt berekend via app van de rijksoverheid (1ratio.nl)

De mogelijkheid van plaatsing is afhankelijk van een aantal factoren. Zo spelen de leeftijd, alsmede de gewenste dagen een rol. Ouders kunnen op afspraak altijd het kinderdagverblijf bezichtigen. Er is een voorrangsregeling voor het plaatsen van tweede en volgende kinderen uit hetzelfde gezin.

6.8. Opvangaanbod en  openingstijden
Twinkle biedt gedurende twaalf uur per dag opvang.

De openingstijden zijn van maandag tot en met vrijdag van 07.00 uur en 19.00 uur.
Twinkle is 51 weken per jaar open. Kinderdagverblijf Twinkle is gesloten op 24 december vanaf 16.00 uur t/m 1 januari, carnavals maandag en dinsdag en alle erkende zon- en feestdagen.

6.9. Flexibiliteit.
Wij hebben geen vaste breng en ophaaltijden. Als een kindje echter later dan 9.00 uur gebracht wordt of opgehaald wordt na 18.00 uur willen wij daarvan op de hoogte zijn. Als kinderen, die niet zijn afgemeld, om 9.00 uur nog niet aanwezig zijn op het kinderdagverblijf, wordt er contact opgenomen met de ouders om na te gaan of er iets is gebeurd.

6.10. Het afnemen/ruilen van (extra) dagen.
Extra dagen kinderopvang afnemen of het ruilen van dagdelen is mogelijk indien de groepssamenstelling dit toelaat. Wij houden ons aan de voorschriften van de rijksoverheid en GGD wat betreft de kind-leidster ratio.

Verder hebben we een aantal afspraken over het ruilen en afnemen van extra dagdelen

  • Het ruilen van een dag(deel) kan alleen in dezelfde week.
  • Het ruilen van dagdelen of het aanvragen van extra kinderopvang dient schriftelijk te gebeuren. Dit kan via een mail of een aanvraag via jullie persoonlijke ouderomgeving van het ouderportaal van KOV NET
  • Indien er plek is krijgen jullie een reactie via de mail of een bevestiging via het ouderportaal.

6.11. Continuïteit
Met betrekking tot personeel wordt gestreefd naar een zo’n groot mogelijk continuïteit. Alle beroepskrachten zijn goed opgeleid en gediplomeerd, zij werken volgens de CAO kinderopvang. Leidsters kunnen parttime werken. Bij ziekte en vakantie wordt voor (deskundige) vervanging gezorgd. Bij Twinkle wordt gedeeltelijk gewerkt met stagiaires en leidsters in opleiding. Door kennisoverdracht blijft de leidster de stof paraat houden en anderzijds wordt de mogelijkheid geboden om eens wat extra’s met de kinderen te doen.

6.12. Drie-uursregeling en achterwachtregeling

De drie-uursregeling.

Wellicht is het u al eens opgevallen dat er op bepaalde tijdstippen tijdelijk minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. Dit is landelijk geregeld en vastgelegd in de IKK (Innovatie Kwaliteit Kinderopvang).

Bij minimaal tien uur aaneengesloten opvang, kan worden afgeweken van de beroepskracht-kindratio gedurende maximaal drie uur per dag. Die uren hoeven niet aaneengesloten te zijn. Er kunnen tijdens die uren minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. Voorwaarde is dat minimaal de helft van het op grond van de beroepskracht-kindratio vereiste aantal medewerkers wordt ingezet. De kinderopvangondernemer mag zelf bepalen wanneer er wordt afgeweken van de beroepskracht-kindratio  Hierdoor ontstaat meer ruimte voor maatwerk. De ondernemer kan zelf bepalen op welke tijdstippen verantwoord kan worden afgeweken van de beroepskracht-kindratio op basis van het dagritme op het kindercentrum.

De drie-uursregeling bij kinderdagverblijf Twinkle

  • Voor 7.30u, tussen 8.30u – 12.30u en tussen 13.30u -17.30u en na 18.30u is het aantal pedagogisch medewerkers in overeenstemming met het aantal aanwezige kinderen volgens de beroepskracht-kindratio
  • Tussen 7.30u-8.30u, tussen 12.30u en 13.30u en tussen 17.30u -18.30u kan het voorkomen dat we afwijken van de beroepskracht-kindratio.

Dit komt echter zelden voor. Een voorbeeld van hoe een situatie kan ontstaan is bijvoorbeeld het volgende; Ouders geven bij de inschrijving van hun kind(eren) aan op welke tijdstippen ze hun kind(eren) zullen gaan brengen en ophalen. Hier houden wij bij het inzetten van de beroepskrachten rekening mee en passen wij onze schema’s op aan. Het kan echter voorkomen dat ouders hun kinderen (door onvoorziene omstandigheden)misschien een keer eerder of later brengen. Het is fijn dat we dan kunnen afwijken van de beroepskracht-kindratio.

 


Tussen 7.00 uur en 19.00 uur is het aantal pedagogisch medewerkers in overeenstemming met het aantal aanwezige kinderen. We gebruiken hiervoor de voorschriften die daaraan worden gesteld in de kwaliteitsregels kinderopvang (berekening pedagogisch medewerker – kindratio). Wij maken gebruik van de mogelijkheid van de drie-uursregeling omdat wij te allen tijden met voldoende mensen op de groep willen staan. Dit komt de zorg en kwaliteit voor de kinderen en onze medewerkers ten goede.

Achterwachtregeling.
Als er maar één medewerker aanwezig is op het kinderdagverblijf hanteren we een zogenaamde achterwachtregeling.

Deze regeling houdt in dat:

  • De pedagogisch medewerker/kindratio niet wordt overschreden.
  • In geval van calamiteiten er een actieve achterwacht beschikbaar dient te zijn die binnen ambulance aan-rij-tijden in het kindercentrum aanwezig moet zijn.
  • Is de achterwacht tijdens de openingstijden van het kindercentrum bereikbaar.

Op het kinderdagverblijf hangt bij de telefoon een actuele lijst van mensen die in deze achterwachtregeling zitten.

6.13.Contact met derden
Voor zover dit in het belang is van de kinderen kan er vanuit de opvang contact gezocht worden met externe instanties. Zo vindt wanneer nodig overleg plaats met de GGD, basisschool, opleidingsscholen voor stagiaires en welzijnsorganisaties.

7.ACCOMMODATIE
Kinderdagverblijf Twinkle is ingericht volgens de normen van de gemeentelijke toezichtverordening. De accommodatie is speciaal ingericht voor kinderen en biedt daardoor andere mogelijkheden dan de thuissituatie. De groep heeft de beschikking over een groepsruimte, slaapruimte met bedjes, een keuken, kinder-sanitair en een buitenspeelplaats. De ruimten zijn zodanig ingericht dat een stimulerende werking uitgaat op de ontwikkeling van het kind.

KDV Twinkle

Laatste nieuws

 

 

Beoordelingen van Ouders

Ouderlogin

Vanaf december 2018 kunnen ouders via onderstaande link inloggen om het contract van hun kind(eren) te bekijken, wijzigingen door te geven, ruilingen aan te vragen etc. https://app.kovnet.nl/signin

Lees meer
Veiligheids- en gezondheidsbeleid

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

Veiligheids- en gezondheidsbeleid. Kinderdagverblijf Twinkle 2018 Inhoudsopgave. Inleiding Actueel Continue proces Voornaamste risico's met grote gevolgen per ruimte 1 Veiligheid 1.a Leefruimte 1.b Keuken 1.c Entree 1.d Slaapkamer 1.e Sanitair 1.f Kantoor 1.g...

Lees meer
Pedagogisch beleidsplan

Pedagogisch beleidsplan

1.Inleiding Voor u ligt het pedagogisch beleidsplan van kinderdagverblijf Twinkle. Het beleidsplan is de rode draad voor de dagelijkse opvangpraktijk. Het is geschreven voor alle bij de opvang betrokken partijen: Ouders / verzorgers: De ouders / verzorgers een beeld...

Lees meer

Ouderlogin

Vanaf december 2018 kunnen ouders via onderstaande link inloggen om het contract van hun kind(eren) te bekijken, wijzigingen door te geven, ruilingen aan te vragen etc. https://app.kovnet.nl/signin

Kinderdagverblijf Twinkle is enorm flexible en heel persoonlijk. Vooral het vaste team is erg prettig! Het is echt een tweede thuis voor onze kinderen geweest.

Hubert

Het is niet z'n groot kinderdagverblijf, maar daardoor ken je als ouder wel alle leidsters. De leidster zijn ook erg lief voor de kinderen. 2 of 3 x per jaar word er ook een grotere activiteit gehouden voor alle kinderen en de ouders

Ankie

Een fijn kinderdagverblijf waar het huiskamergevoel niet alleen bij een gevoel blijft. Aandacht voor persoonlijke dingen is hier ook geen probleem.

Monique

Kinderdagverblijf Twinkle
Graetheidelaan 56A, 6129 GG Urmond

Google Maps

Telefoon
046-4339740            06-34404876

 

E-mail

info@kdvtwinkle.nl